Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.23 – Kritiek op de uitverkiezing 3.23.14 – Wij weten niet wie wel of niet uitverkoren is

3.23.14 – Wij weten niet wie wel of niet uitverkoren is

En toch, omdat deze heilige man een bijzondere ijver had om op te bouwen, onderwijst hij de waarheid op een gematigde manier. Want hij wil zoveel mogelijk voorkomen dat er aanstoot gegeven wordt. Daarom wijst hij erop dat je niet alleen de waarheid moet spreken, maar dat ook op een gepaste manier moet doen.

Stel dat iemand het volk zo zou toespreken: ‘Als jullie niet geloven, dan komt dat doordat jullie al door God bestemd zijn voor de ondergang!’ Als je zo spreekt bevorder je niet alleen laksheid. Je geeft ook het kwaad vrij spel. Stel dat iemand zijn woorden zelfs op de toekomst laat slaan en zegt dat degenen die luisteren niet zullen geloven omdat ze verworpen zijn. Dat zou een vervloeking zijn, geen onderwijs! Terecht dus beveelt Augustinus zulke dwaze leraren, zulke onhandige onheilsprofeten, dat ze moeten maken dat ze wegkomen uit de kerk.

Ergens anders heeft hij weliswaar gelijk als hij stelt dat je moet weten dat een mens vooruitkomt door berisping, als hij barmhartigheid en hulp krijgt van Hem die maakt dat degenen van wie Hij dat wil zelfs vooruitkomen zonder berisping. Maar waarom gaat het met de een zus en met de ander zo? We kunnen absoluut niet zeggen dat het oordeel aan de klei is in plaats van aan de pottenbakker.

En later: ‘Als mensen door berisping op de weg naar rechtvaardigheid komen of daarop terugkeren, wie anders bewerkt dan in hun hart de redding dan Hij die de groei geeft als iemand plant en besproeit? 1 Korinthiërs 6:8 Als Hij wil redden, kan een vrije wil van mensen zich daar niet tegen verzetten. Gods wil heeft in hemel en op aarde alles gedaan wat Hij maar wil. Psalm 135:6 Hij heeft zelfs de toekomstige dingen gemaakt! Jesaja 45:11 Er valt dus niet aan te twijfelen dat de wil van mensen zich niet kan verzetten tegen Gods wil, zodat Hij niet zou doen wat Hij wil. Immers, ook met de wil van mensen doet Hij wat Hij maar wil.’

En: ‘Als Hij mensen bij zich wil brengen, bindt Hij ze dan soms met fysieke banden? Nee, Hij wekt ze vanbinnen, neemt vanbinnen hun hart in beslag, zet hun hart vanbinnen in beweging en trekt hen zo met hun wil die Hij in hun hart bewerkt heeft.’

Maar we mogen niet weglaten wat hij daar meteen aan toevoegt: ‘Omdat wij niet weten wie bij het aantal van de voorbestemden horen en wie niet, moeten we bereid zijn om te wensen dat iedereen gered wordt.’ Dan doen we ons best om iedereen die we tegenkomen te laten delen in de vrede. Maar onze vrede zal rusten op de kinderen van de vrede. Dus voor zover het aan ons ligt, moeten we de gezonde en strenge berisping als een medicijn toedienen aan iedereen, om te voorkomen dat ze zelf verloren gaan of anderen verloren laten gaan. Maar God moet ervoor zorgen dat degenen die Hij van tevoren gekend en voorbestemd heeft iets aan die berisping hebben.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.