Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.21 – De uitverkiezing 3.21.1 – De leer van de uitverkiezing is nodig en nuttig

3.21.1 – De leer van de uitverkiezing is nodig en nuttig

Het is een feit dat het verbond van het leven niet bij alle mensen exact hetzelfde gepredikt wordt. En bij wie het gepredikt wordt, krijgt het niet continu evenveel ruimte. Uit dat onderscheid blijkt de wonderlijke diepte van Gods oordeel. Want er is geen twijfel aan dat ook dit onderscheid dient om het besluit van Gods eeuwige uitverkiezing uit te voeren.

Het is duidelijk dat het door Gods wil komt dat sommigen de redding vanzelf aangeboden krijgen en dat voor anderen de toegang daartoe geblokkeerd wordt. Daarom rijzen hier meteen grote en moeilijke vragen. Die kunnen we alleen maar uitleggen als mensen met een vroom hart over de uitverkiezing en de voorbestemming zeker weten wat ze horen te weten.

Velen vinden dit maar een ingewikkelde kwestie. Want volgens hen is niets zo ongepast als dat uit heel de mensenmassa sommigen voorbestemd worden om gered te worden en anderen om verloren te gaan. Maar ze lopen zichzelf heel verkeerd voor de voeten. Dat zal straks uit de bespreking blijken.

Bovendien, juist in deze duisternis die hen afschrikt, komt niet alleen het nut van deze leer aan het licht, maar ook haar heel zoete vrucht. Zolang we Gods eeuwige uitverkiezing nog niet kennen, zullen we er nooit zo duidelijk als gepast is van overtuigd raken dat ons behoud naar ons toestroomt uit de bron van zijn gratis barmhartigheid. Die uitverkiezing laat Gods genade schitterend uitkomen in deze tegenstelling: Hij neemt niet zonder onderscheid iedereen aan in de hoop op redding. Nee, Hij geeft de een wat Hij een ander weigert.

Het is duidelijk hoe erg je Gods eer tekort doet en afbreuk doet aan echte nederigheid als je dit principe niet kent. Het is dus echt nodig dat we dit weten. Maar volgens Paulus kunnen we dit alleen weten als God zonder te letten op onze daden uitkiest wie Hij bij zichzelf besloten heeft om uit te kiezen. Hij zegt: ‘In de tegenwoordige tijd is er een rest gered in overeenstemming met de uitverkiezing uit genade. En als het door genade is, dan is het dus niet meer door daden. Anders is de genade geen genade meer. Als het door daden is, dan is het dus geen genade meer. Anders is de daad geen daad meer.’ Romeinen 11:5-6

We moeten dus teruggeroepen worden naar de oorsprong van de uitverkiezing. Alleen dan staat vast dat ons behoud nergens anders vandaan komt dan enkel uit Gods vrijgevigheid. Als je dit wilt uitdoven, verduister je dus kwaadaardig, voor zover je dat kunt, wat je heerlijk en uit volle borst zou moeten prijzen. En zo roei je de nederigheid bij de wortel uit. Paulus verklaart duidelijk dat het behoud van de rest van het volk moet worden toegeschreven aan de uitverkiezing uit genade. Pas dan zie je dat God enkel uit welbehagen redt wie Hij wil en dat Hij geen loon betaalt, omdat het onmogelijk is dat Hij zo’n loon schuldig zou zijn.

Degenen die de deur dicht doen om te voorkomen dat iemand zou proberen om iets van deze leer te proeven, doen de mensen niet minder onrecht dan God. Want niets anders kan genoeg zijn om ons te vernederen zoals het hoort. En dan kunnen we nooit van harte beseffen hoeveel we aan God te danken hebben. En we hebben nergens anders een steunpunt om vast op te vertrouwen. Dat klopt ook met wat Christus zegt. Om ons te midden van zoveel gevaren, hinderlagen en dodelijke gevechten te bevrijden van alle angst en ons onoverwinnelijk te maken, belooft Hij ons dat iedereen gered zal worden die Hij van zijn Vader in bewaring gekregen heeft. Johannes 10:28-29

Hieruit kunnen we opmaken dat ieder die niet weet dat hij Gods eigendom is, continu in een ellendige angst moet leven. En dus zorgen degenen die, blind voor de drie voordelen die ik heb aangegeven, graag de basis voor ons behoud willen wegnemen, slecht voor zichzelf en alle gelovigen. Ja, uit deze basis rijst voor ons de kerk op. Terecht leert Bernardus van Clairvaux dat we die anders niet zouden kunnen vinden en niet onder de schepselen zouden kunnen ontwaren. Want ze ligt naar twee kanten op een wonderlijke manier verborgen in de schoot van de gelukkige voorbestemming en in de massa van de jammerlijke veroordeling.1

Maar vóór ik toekom aan het onderwerp zelf, moet ik een dubbele inleiding houden over twee soorten mensen.

De uitleg van de voorbestemming is op zichzelf al vrij moeilijk. Maar het wordt nog veel ingewikkelder en zelfs gevaarlijk gemaakt door de nieuwsgierigheid van de mensen. Die kan door geen enkele grendel belemmerd worden om rond te dwalen langs verboden omwegen en zich hoog op te heffen. Als het even kan, wil men niets van wat verborgen is aan God overlaten. Men wil alles onderzoeken en uitpluizen. We zien overal veel mensen die zich aan deze overmoed en brutaliteit overgeven, waaronder sommigen die verder niet slecht zijn. Daarom moeten ze er op tijd op gewezen worden wat op dit punt hun plicht is.

Om te beginnen moeten ze dus bedenken dat ze, als ze onderzoek doen naar de voorbestemming, doordringen in de mysteries van Gods wijsheid. En als je daar lichtzinnig en brutaal in binnendringt, krijg je niets waarmee je je nieuwsgierigheid zou kunnen bevredigen. Je stapt een doolhof binnen waar je geen uitgang van kunt vinden. Het is immers ongepast dat een mens ongestraft zou onderzoeken wat de Heer bij Hem verborgen heeft willen houden. Of dat een mens zelfs van eeuwigheid af de verhevenheid van Gods wijsheid zou onderzoeken. Hij wilde dat we die aanbidden, niet dat we die begrijpen. Zo wilde Hij dat zijn wijsheid ons zou vervullen met verwondering. Van sommige geheimen van zijn wil heeft God besloten dat die aan ons bekendgemaakt zouden worden. Die geheimen heeft Hij geopenbaard door zijn Woord. En Hij heeft besloten dat er zoveel geopenbaard zou worden als Hij voorzag dat goed voor ons zou zijn.

1Bernardus van Clairvaux, Sermones super Cantica canticorum, 78,4.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.