Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.20 – Het gebed 3.20.6 – De tweede regel: alleen vragen wat je ook echt graag van God wilt krijgen

3.20.6 – De tweede regel: alleen vragen wat je ook echt graag van God wilt krijgen

Dit moet de tweede regel zijn: als we bidden, moeten we altijd oprecht onze gebrekkigheid voelen. En in het besef dat we alles wat we vragen echt nodig hebben, moeten we ons gebed gepaard laten gaan met een brandende begeerte om het ook echt te krijgen.

Immers, velen zeggen gebeden op volgens een formule. Het is net alsof ze zich er zo vanaf te maken, alsof ze een bepaalde verplichting nakomen voor God. Ze erkennen wel dat het een onmisbaar hulpmiddel is tegen hun rampen. Want als ze de hulp van God, die ze inroepen, zouden missen, zou dat de ondergang brengen. Maar toch blijkt dat ze deze taak verrichten uit gewoonte. Want ondertussen blijft hun hart koud en ze denken er niet over na wat ze vragen. Ze worden er wel toe gebracht door een algemeen en verward besef van hun nood. Maar het zet hen er niet toe aan om verlichting te zoeken voor hun ellende alsof dat iets dringends is.

Bovendien, wat is voor God erger of afschuwelijker dan huichelarij? Dat iemand vergeving vraagt voor zijn zonden, terwijl hij ondertussen denkt dat hij geen zondaar is, of in elk geval er niet aan denkt dat hij een zondaar is? Het staat toch buiten kijf dat dat een bespotting is van God zelf? Toch zit het menselijk geslacht, zoals ik zo pas zei, zo vol slechtheid dat ze, alleen om deze verplichting na te komen, vaak heel veel van God vragen dat ze volgens hun overtuiging buiten zijn vrijgevigheid om ergens anders vandaan krijgen of al in hun bezit hebben. Anderen bedrijven een zonde die minder erg lijkt, maar toch even onacceptabel is: ze mompelen gebeden zonder erbij na te denken. Want ze zijn alleen doordrongen van dit principe: je moet God gunstig stemmen door te bidden.

Maar de vromen moeten vooral oppassen dat ze God niet onder ogen komen om iets anders te vragen dan wat ze echt heel graag willen hebben en wat ze tegelijk ook graag van Hém willen krijgen. Dat geldt zelfs voor dingen die we alleen vragen om God te eren en die op het eerste gezicht niets bijdragen voor wat wij nodig hebben. Ook om zulke dingen moeten we niet vragen met minder brandend en hevig verlangen. Bijvoorbeeld als we bidden of Gods naam geheiligd mag worden. Mattheüs 6:9; Lucas 11:2 Dan moeten we als het ware honger en dorst hebben naar die heiliging.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.