3.20.52 – Verhoring

0
310

Maar stel dat we ook na lang wachten uiteindelijk toch niet merken dat we door te bidden iets zijn opschoten en er geen enkele vrucht van ervaren. Toch weten we dan door ons geloof zeker wat we met onze zinnen niet kunnen waarnemen: we hebben gekregen wat nuttig was. Want de Heer belooft heel vaak en heel vast dat Hij voor ons zal zorgen in onze moeiten als we die eenmaal in zijn schoot gelegd hebben. En dus zal Hij ervoor zorgen dat we in armoede overvloed en in verdrukking troost hebben. Want ook al zou alles ons in de steek laten, toch zal God ons nooit verlaten. Hij kan de verwachting en het geduld van de zijnen nooit bedrogen uit laten komen. In plaats van alle dingen hebben we alleen aan Hemzelf genoeg. Want Hij bevat al het goede in zichzelf. Eens zal Hij dat onthullen op de dag van het oordeel, als Hij zijn rijk volledig zal openbaren.

Daar komt bij dat God, ook al verhoort Hij ons wel, toch niet altijd precies antwoordt op de woorden van ons gebed. Het lijkt soms alsof Hij ons laat wachten, maar toch laat Hij ons ondertussen op een onverwachte manier zien dat onze gebeden niet voor niets geweest zijn.

Dat bedoelt Johannes met deze woorden: ‘Als we weten dat Hij naar ons luistert als we Hem om iets bidden, dan weten we dat we van Hem krijgen waar we Hem om bidden.’ 1 Johannes 5:15 Dit lijkt een overbodige omhaal van woorden zonder betekenis. Maar je kunt dit heel zinvol zo uitleggen: ook als God ons niet onze zin geeft, is Hij ons gebeden toch vriendelijk en gunstig gezind. Onze hoop die gebaseerd is op zijn Woord, is dus nooit vals.

Het is voor gelovigen hard nodig om door dit geduld ondersteund te worden. Als ze daar niet op zouden rusten, zouden ze niet lang overeind kunnen blijven. Want de Heer test de zijnen door grote beproevingen. Hij traint hen niet zachtzinnig. Nee, vaak brengt Hij hen tot het randje en als Hij ze daar gebracht heeft, laat Hij hen lang in die modder vastzitten. Pas dan laat Hij hen iets van zijn zoetheid proeven.

Het is zoals Hanna zegt: ‘Hij doodt en maakt levend. Hij laat neerdalen in de hel en laat weer omhoog komen.’ 1 Samuël 2:6 Wat zouden gelovigen hier anders kunnen doen dan de moed laten zakken en tot wanhoop vervallen, als ze, terneergeslagen, verlaten en al half dood, niet werden opgebeurd door deze gedachte: God ziet hen en er zal een eind komen aan de rampen in het tegenwoordige leven? Deze hoop geeft hun rust. Maar hoe dat hen ook overeind houdt, toch houden ze ondertussen niet op met bidden. Want als je bidden niet gepaard gaat met standvastigheid en volharding, bereik je met bidden niets.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in