3.20.51 – Geduldig volhouden

0
522

Als we ons hart geschikt hebben in deze gehoorzaamheid en ons laten besturen door de wetten van Gods voorzienigheid, dan kunnen we gemakkelijk volhouden met bidden. Dan kunnen we onze verlangens opschorten en geduldig wachten op de Heer, omdat we zeker weten dat Hij ons altijd bijstaat. Zelfs al lijkt het er helemaal niet op, Hij zal op zijn tijd laten zien dat zijn oren niet doof waren voor gebeden die Hij in het oog van de mensen leek te negeren. En dat zal voor ons een altijd aanwezige troost zijn: ook al lijkt God onze eerste gebeden soms niet te beantwoorden, toch hoeven we niet te bezwijken en te vergaan van wanhoop.

Dat gebeurt je wel als je alleen door je eigen enthousiasme gedreven wordt. Als je dan God aanroept en Hij je niet op je eerste aandringen onmiddellijk te hulp schiet, denk je meteen dat Hij boos en kwaad op je is. Dan laat je alle hoop op verhoring varen en houd je op Hem aan te roepen.

We moeten onze hoop juist met een beheerste gemoedsrust uitstellen en ijverig proberen vol te houden, zoals ons in de Schrift wordt aanbevolen. Immers, in de Psalmen kun je vaak zien dat het lijkt alsof David en andere gelovigen maar een slag in de lucht gedaan hebben. Ze zijn haast uitgeput van het bidden, maar God blijft doof voor hun woorden. Toch houden ze niet op met bidden. Want je miskent het gezag van Gods Woord als je geloof daarin niet sterker is dan alles wat er kan gebeuren.

Verder mogen we God niet uittesten en niet provoceren door Hem met onze slechtheid lastig te vallen. Velen zijn dat wel gewend. Ze worden het alleen op een bepaalde voorwaarde met God eens. Alsof Hij hun verlangens moet dienen, binden ze Hem aan de eisen van hun contract. En als God daar niet meteen naar luistert, worden ze boos, beginnen ze te mopperen en te protesteren en gaan ze tegen Hem tekeer. Zulke mensen geeft Hij dus vaak uit woede en toorn wat Hij anderen uit barmhartigheid en genade weigert. Een bewijs daarvan vormen de kinderen van Israël. Het was voor hen beter geweest als de Heer hen niet verhoord had. Dan hadden ze niet met hun vlees zijn verontwaardiging verslonden. Numeri 11:18; 11:33

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in