3.20.42 – De tweede bede

De tweede bede is of Gods koninkrijk mag komen. Mattheüs 6:10 Weliswaar bevat deze bede niets nieuws. Toch wordt er niet voor niets onderscheid gemaakt tussen deze bede en de eerste. Want als we bedenken hoe slaperig we op dit belangrijkste punt zijn, dan is het nodig dat wat ons op zichzelf volledig bekend had moeten zijn, er uitdrukkelijk bij ons ingestampt wordt. Dus eerst hebben we het bevel gekregen om God te vragen of Hij alles terecht wil wijzen en zelfs volledig wil vernietigen wat een smet werpt op zijn heilige naam. En nu wordt daar nog zo’n bede aan toegevoegd, die bijna hetzelfde is: of Gods koninkrijk mag komen.

Ik heb eerder al een definitie van dat koninkrijk gegeven. Maar ik zal die nu kort herhalen. God regeert waar mensen zich toewijden aan zijn rechtvaardigheid, door zichzelf te verloochenen, de wereld en het aardse leven te verachten en te streven naar het hemelse leven. Dit koninkrijk bestaat dus uit twee onderdelen. In de eerste plaats dat God alle slechte begeerten van het vlees, die bataljon na bataljon oorlog met Hem voeren, door de kracht van zijn Geest corrigeert. In de tweede plaats dat Hij al onze zinnen vormt tot gehoorzaamheid aan zijn regering.

Daarom houd je je bij deze bede alleen aan de goede volgorde als je bij jezelf begint. Jij moet gereinigd worden van elk bederf dat de toestand van rust in Gods koninkrijk verstoort en zijn reinheid besmet.

Verder is Gods Woord net een koninklijke scepter. Daarom wordt ons hier bevolen te bidden of God ieders verstand en hart in vrijwillige gehoorzaamheid wil onderwerpen aan dat Woord. Dat gebeurt als Hij door de verborgen innerlijke werking van zijn Geest de effectiviteit van zijn Woord openbaart. Dan schittert dat Woord op de eervolle positie die het verdient.

Vervolgens moeten we afdalen naar de goddelozen, die zich koppig en met een wanhopige razernij tegen Gods regering verzetten. God richt dus zijn koninkrijk op als Hij heel de wereld vernedert. Maar Hij doet dat op verschillende manieren. Want van sommigen temt Hij de overmoed, van anderen breekt Hij de ongetemde hoogmoed. We moeten graag willen dat dit elke dag gebeurt. Dan verzamelt God kerken uit alle werelddelen. Hij laat die in aantal groeien, verrijkt die met zijn gaven en handhaaft in hen een wettelijke orde. Aan de andere kant werpt Hij alle vijanden van de zuivere leer en de zuivere godsdienst omver, Hij gooit hun plannen in de war en verijdelt hun pogingen.

Daaruit blijkt dat we niet voor niets het bevel krijgen dat we ons best moeten doen om elke dag vooruit te komen. Want het gaat met de menselijke zaken nooit zo goed dat het vuil van de zonden uit de weg geruimd en afgewassen wordt. De zuiverheid floreert nooit volledig. Nee, die volledigheid blijft uit tot het einde, als Christus terugkomt. Dan zal God alles zijn in allen, zoals Paulus leert. 1 Korinthiërs 15:28

Deze bede moet ons dus aftrekken van de bedorven dingen van de wereld. Die scheiden ons van God, zodat zijn koninkrijk niet in ons floreert. En zo moet deze bede ons ook aansporen om ijverig ons vlees te doden. En ten slotte moet deze bede ons leren ons kruis te dragen. Want God wil dat zijn koninkrijk op die manier wordt uitgebreid.

En we moeten het niet oneerlijk vinden als de uiterlijke mens vergaat. Als de innerlijke mens maar vernieuwd wordt. Want de voorwaarde voor Gods koninkrijk is dat Hij ons laat delen in zijn glorie als we ons onderwerpen aan zijn rechtvaardigheid. Dat gebeurt als Hij zijn licht en waarheid door nieuwe groei steeds meer laat schitteren. Door dat licht en die waarheid verdwijnen de duisternis en de leugens van Satan en zijn rijk. Ze worden vernietigd en vergaan. Dan beschermt God de zijnen. Hij leidt hen door de hulp van zijn Geest op het rechte spoor en geeft hun kracht om vol te houden. Maar de goddeloze samenzweringen van de vijanden gooit Hij omver. Hij verzet zich tegen hun slechtheid. Hij onderdrukt hun koppigheid. Totdat Hij uiteindelijk met de adem van zijn mond de antichrist onderwerpt en alle goddeloosheid vernietigt met de schittering van zijn komst. 2 Thessalonicenzen 2:8

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.