3.20.35 – Indeling

0
214

Deze formule of deze richtlijn voor het gebed bestaat uit zes beden. Ik sluit me niet aan bij degenen die het gebed willen verdelen in zeven onderdelen. De reden is dat de evangelist een voegwoord gebruikt, waarmee hij twee onderdelen als tegenstelling met elkaar lijkt te willen verbinden. Het is alsof hij zegt: ‘Laat ons niet door verzoeking in het nauw komen, maar kom ons te hulp in onze breekbaarheid en verlos ons, om te voorkomen dat we bezwijken.’ Ook de oude schrijvers van de kerk zijn het met mij eens dat we wat bij Mattheüs als zevende punt is toegevoegd, moeten opvatten als een uitleg bij de zesde bede.1

Nu gaat het er bij heel het bidden om dat je altijd in de eerste plaats rekening moet houden met Gods eer. Toch zijn de eerste drie beden speciaal gericht op Gods eer. In die beden moeten we dus alleen op Gods eer letten en niet op, zeg maar, ons eigen belang. Bij de andere drie beden gaat het om de zorg voor ons. Zij zijn specifiek bedoeld om te vragen wat goed voor ons is.

Dus als we bidden of Gods naam geheiligd mag worden, moeten we dus helemaal niet aan ons eigen belang denken. Want God wil testen of we Hem soms liefhebben en dienen in de hoop daarvoor beloond te worden. We moeten alleen aan Gods eer denken en onze ogen daar strak op gevestigd houden. En bij de andere gebeden van deze categorie moeten we ook zo denken.

En juist dan levert ons dat een groot voordeel op. Want als Gods naam geheiligd wordt, zoals wij bidden, wordt Hij omgekeerd ook onze heiliging. Maar dat voordeel krijgen we alleen als onze ogen, zoals ik zei, gesloten en in zekere zin blind zijn. Ze moeten daar helemaal niet naar kijken. Zelfs al was alle hoop op persoonlijk voordeel voor ons afgesneden, dan nog zouden we deze heiliging en de andere dingen die te maken hebben met Gods eer nog steeds moeten wensen en zouden we er nog steeds om moeten bidden.

Dat kun je zien in de voorbeelden van Mozes en Paulus. Zij vonden het niet moeilijk om hun hart en ogen af te keren van zichzelf en met een hevig en brandend verlangen hun eigen ondergang te begeren, om zelfs met nadeel voor henzelf Gods eer en koninkrijk te bevorderen.2

Verder, als we bidden of we ons dagelijks brood mogen krijgen, dan vragen we weliswaar om iets in ons eigen belang. Maar ook daarin moeten we vooral uit zijn op Gods eer. Als het niet tot zijn eer zou zijn, zouden we er dus niets eens om moeten vragen.

Laten we nu beginnen met de uitleg van het gebed zelf.

1Augustinus, Enchiridion ad Laurentium de fide, spe et caritate 115; Pseudo-Chrysostomos, Homiliae in Matthaeum 14

2Exodus 32:32; Romeinen 9:3

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in