3.20.35 – Indeling

Deze formule of deze richtlijn voor het gebed bestaat uit zes beden. Ik sluit me niet aan bij degenen die het gebed willen verdelen in zeven onderdelen. De reden is dat de evangelist een voegwoord gebruikt, waarmee hij twee onderdelen als tegenstelling met elkaar lijkt te willen verbinden. Het is alsof hij zegt: ‘Laat ons niet door verzoeking in het nauw komen, maar kom ons te hulp in onze breekbaarheid en verlos ons, om te voorkomen dat we bezwijken.’ Ook de oude schrijvers van de kerk zijn het met mij eens dat we wat bij Mattheüs als zevende punt is toegevoegd, moeten opvatten als een uitleg bij de zesde bede.1

Nu gaat het er bij heel het bidden om dat je altijd in de eerste plaats rekening moet houden met Gods eer. Toch zijn de eerste drie beden speciaal gericht op Gods eer. In die beden moeten we dus alleen op Gods eer letten en niet op, zeg maar, ons eigen belang. Bij de andere drie beden gaat het om de zorg voor ons. Zij zijn specifiek bedoeld om te vragen wat goed voor ons is.

Dus als we bidden of Gods naam geheiligd mag worden, moeten we helemaal niet aan ons eigen belang denken. Want God wil testen of we Hem soms liefhebben en dienen in de hoop daarvoor beloond te worden. We moeten alleen aan Gods eer denken en onze ogen daar strak op gevestigd houden. En bij de andere gebeden van deze categorie moeten we ook zo denken.

En juist dan levert ons dat een groot voordeel op. Want als Gods naam geheiligd wordt, zoals wij bidden, wordt Hij omgekeerd ook onze heiliging. Maar dat voordeel krijgen we alleen als onze ogen, zoals ik zei, gesloten en in zekere zin blind zijn. Ze moeten daar helemaal niet naar kijken. Zelfs al was alle hoop op persoonlijk voordeel voor ons afgesneden, dan nog zouden we deze heiliging en de andere dingen die te maken hebben met Gods eer nog steeds moeten wensen en zouden we er nog steeds om moeten bidden.

Dat kun je zien in de voorbeelden van Mozes en Paulus. Zij vonden het niet moeilijk om hun hart en ogen af te keren van zichzelf en met een hevig en brandend verlangen hun eigen ondergang te begeren, om zelfs met nadeel voor henzelf Gods eer en koninkrijk te bevorderen. Exodus 32:32; Romeinen 9:3

Verder, als we bidden of we ons dagelijks brood mogen krijgen, dan vragen we weliswaar om iets in ons eigen belang. Maar ook daarin moeten we vooral uit zijn op Gods eer. Als het niet tot zijn eer zou zijn, zouden we er dus niets eens om mogen vragen.

Laten we nu beginnen met de uitleg van het gebed zelf.

1Augustinus, Enchiridion ad Laurentium de fide, spe et caritate, 115; Pseudo-Chrysostomos, Homiliae in Matthaeum, 14.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.