3.20.29 – Bidden in het openbaar

Nu slaat dit continu blijven bidden vooral op ieders eigen en persoonlijke gebeden. Toch raakt het ook wel een beetje de openbare gebeden van de kerk. Alleen kunnen die niet ononderbroken doorgaan. Bovendien moeten ze plaatsvinden volgens de orde die men samen overeengekomen is. Dat geef ik natuurlijk toe. Daarom worden er immers ook bepaalde tijdstippen afgesproken en vastgesteld. Voor God doen die er niet toe, maar voor de gewoonte van de mensen zijn die onmisbaar. Zo zorgen we ervoor dat alles goed geregeld is en in de kerk alles eerlijk en ordelijk geleid wordt, in overeenstemming met wat Paulus zegt. 1 Korinthiërs 14:40

Dat verhindert echter niet dat elke kerk zich er soms toe moet opwekken om vaker te bidden en soms ook extra enthousiast moet bidden, omdat het om de een of andere reden harder nodig is.

Met dit blijven bidden is het volhouden in het bidden nauw verwant. Straks aan het eind is het het juiste moment om het daarover te hebben.

Blijven bidden heeft trouwens niets te maken met het blijven herhalen van woorden. Dat heeft Christus ons willen verbieden. Hij verbiedt ons om lang of vaak of heel emotioneel te blijven bidden. We mogen er niet op vertrouwen dat we iets van God kunnen afpersen door met loze praatjes aan zijn oren te zeuren, alsof Hij op een menselijke manier overgehaald moet worden. Want we weten dat huichelaars graag prat gaan op hoe ze bidden, omdat ze niet bedenken dat we met God te maken hebben. Immers, die farizeeër die God dankte dat hij niet zo was als anderen, juichte zichzelf ongetwijfeld toe in de ogen van mensen, alsof Hij op basis van zijn gebeden als heilig bekend wilde staan. Lucas 18:11

Vandaar dat zinloze herhalen van woorden dat tegenwoordig om dezelfde reden gebruikelijk is in het pausdom. Sommigen verknoeien hun tijd door steeds dezelfde gebedjes te herhalen, anderen prijzen zich aan bij de grote massa door langdradige woorden. Dit geklets drijft op een kinderachtige manier de spot met God. Daarom is het geen wonder dat dit in de kerk verboden is. Want wat daar klinkt, moet altijd gemeend zijn en voortkomen uit een oprecht hart.

Een ander dergelijk bederf is aan dit bederf verwant. Ook dit veroordeelt Christus: huichelaars proberen veel getuigen te krijgen omdat ze graag pronken. Ze nemen liever het marktplein in beslag om te bidden dan dat hun gebeden niet door de wereld geprezen zouden worden. Mattheüs 6:5 Maar ik heb eerder al gezegd dat het doel van het gebed is dat het hart omhoog gericht wordt naar God, zowel om Hem te loven als om Hem om hulp te vragen. Dan begrijp je dus dat het bij het gebed vooral om het hoofd en het hart gaat. Of beter: het gebed is eigenlijk een emotie binnen in het hart die voor God wordt uitgestort en neergelegd. Hij onderzoekt immers het hart. Romeinen 8:27

Daarom heeft de hemelse leermeester, toen Hij de beste regel wilde voorschrijven om te bidden, bevolen dat we de binnenkamer in moeten gaan. Ik heb dat al gezegd. Daar moeten we met de deur dicht in het verborgen tot onze Vader bidden. Onze Vader ziet wat verborgen is en zal ons dan verhoren. Immers, eerst trekt Christus ons weg van het voorbeeld van de huichelaars, die met hun ijdele vertoning bij mensen in de gunst willen komen. En vervolgens voegt Hij daaraan toe wat beter is: de binnenkamer ingaan en bidden met de deuren dicht. Mattheüs 6:6 Ik leg dat zo uit: met die woorden leert Hij ons dat we een eenzame plek moeten zoeken. Dat kan ons helpen om ons volledig te concentreren op ons hart en daar diep in door te dringen. En Hij belooft dat God dicht bij ons zal zijn in de verlangens van ons hart. Ons lichaam hoort immers een tempel voor Hem te zijn. 1 Korinthiërs 6:16

Natuurlijk heeft Christus niet willen ontkennen dat het ook goed kan zijn om op andere plekken te bidden. Maar Hij heeft laten zien dat bidden iets geheims is. Het gaat vooral om het hart en er is rust voor nodig en afstand van alle drukte en zorgen. Niet voor niets zocht de Heer ook zelf, als Hij extra vurig wilde bidden, de eenzaamheid, ver van het rumoer van mensen. Maar Hij deed dat om ons er door zijn voorbeeld nadrukkelijk op te wijzen dat we niet de hulpmiddelen moeten negeren die ons helpen om extra serieus en ijverig te bidden. We worden immers veel te gemakkelijk afgeleid.

Maar ondertussen liet Hij niet na om, als de gelegenheid zich voordeed, te bidden in het midden van een menigte mensen. Daarom moeten ook wij overal waar dat nodig is schone handen opheffen. 1 Timotheüs 2:8 En we moeten eraan vasthouden dat ieder die weigert om te bidden in de heilige vergadering van de vromen, niet weet wat het is om voor zichzelf te bidden, zowel in de eenzaamheid als thuis. En aan de andere kant, dat wie het alleen en persoonlijk bidden verwaarloost, ook al bezoekt hij ijverig de openbare bijeenkomsten, daar alleen zinloze gebeden doet. Want hij hecht meer waarde aan wat de mensen vinden dan aan Gods verborgen oordeel.

Ondertussen wil God niet dat het gezamenlijk bidden in de kerk geminacht wordt. Daarom heeft Hij dat getooid met schitterende, lovende woorden, vooral toen Hij de tempel een ‘huis van gebed’ noemde. Jesaja 56:7; Mattheüs 21:13 Want met die term leerde Hij dat de plicht om te bidden het belangrijkste onderdeel is van het dienen van Hem. En de tempel is voor de gelovigen opgericht als een banier. Daar moeten ze zich eendrachtig trainen in het bidden.

Daar was nog een heerlijke belofte aan toegevoegd: ‘U, God, wacht de lof in Sion en aan U zal de belofte betaald worden.’ Psalm 65:2 Met die woorden wijst de profeet erop dat de gebeden van de kerk nooit voor niets zijn. Want God geeft altijd reden om vol vreugde te zingen. De schaduwen van de wet hebben weliswaar opgehouden. Maar toch heeft God ook onder ons met dit ritueel de eenheid van het geloof willen ondersteunen. Daarom is er geen twijfel aan dat diezelfde belofte ook voor ons geldt. Christus heeft die ook met zijn mond bevestigd en Paulus leert dat die voor eeuwig van kracht is.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.