Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.20 – Het gebed 3.20.23 – De Schrift wordt verdraaid

3.20.23 – De Schrift wordt verdraaid

Mijn tegenstanders proberen wel om het zo te laten lijken dat zo’n voorbede gebaseerd is op het gezag van de Schrift. Maar dat is vergeefse moeite.

Ze zeggen dat je meer dan eens leest over gebeden van engelen. En dat niet alleen. Er wordt ook gezegd dat de gebeden van de gelovigen door de handen van de engelen God onder ogen gebracht worden. Ze willen de heiligen die dit leven achter zich gelaten hebben dus vergelijken met de engelen. Maar dan hadden ze moeten bewijzen dat deze heiligen dienende geesten zijn, Hebreeën 1:14 die de taak gekregen hebben om te zorgen voor ons welzijn en ons in al onze gangen te beschermen, Psalm 91:11 die ons moeten omringen, vermanen en troosten en die over ons waken. Psalm 34:8 Allemaal dingen die aan de engelen worden toegeschreven, maar zeker niet aan de heiligen. De Schrift maakt met heel verschillende taken onderscheid tussen gestorven heiligen en engelen. Daaruit blijkt heel duidelijk hoe fout het is dat mijn tegenstanders die door elkaar halen.

Voor een aardse rechter zal niemand de functie van advocaat durven bekleden als hij daar niet toe is toegelaten. Hoe durven wormen het dan te wagen zo brutaal te zijn dat ze God advocaten opdringen van wie we niet lezen dat deze taak hun is opgedragen? God heeft de engelen willen belasten met de zorg voor ons welzijn. Daarom komen zij in de heilige vergaderingen. De kerk is voor hen een toneel waar ze Gods rijk geschakeerde wijsheid bewonderen. Efeziërs 3:10 Dus als je hun speciale taak overdraagt op anderen, verstoor je de door God gestelde orde. Dan werp je omver wat onschendbaar hoort te zijn.

Even gemakzuchtig halen ze nog andere Schriftbewijzen aan. God zei tegen Jeremia: ‘Al zouden Mozes en Samuël voor mijn ogen staan, dan zou ik dit volk nog niet genegen zijn.’ Jeremia 15:1 Mijn tegenstanders zeggen: hoe zou God zo over doden gesproken hebben als Hij niet geweten had dat ze voor de levenden bidden?

Ik kom echter tot een andere conclusie. Uit deze woorden blijkt dat Mozes en Samuël geen van beiden voor het volk Israël gebeden hebben. Dus was er in die tijd helemaal geen voorbede door doden. Want Mozes heeft tijdens zijn leven alle anderen in dit opzicht overtroffen. En als hij het niet doet, van wie van de heiligen zouden we dan moeten geloven dat hij zijn best doet voor het welzijn van het volk?

Zij komen met deze onbenullige spitsvondigheid dat doden voor de levenden bidden, omdat de Heer gezegd heeft: ‘Ook al zouden ze tussenbeide komen …’ Maar mijn redenering is veel plausibeler: in de diepste nood van het volk bad Mozes niet. Want er wordt van hem gezegd: ‘Ook al zou hij tussenbeide komen …’ Dus dan is het ook niet waarschijnlijk dat iemand anders wel voor het volk tussenbeide kwam. Want alle anderen blijven ver verwijderd van de vriendelijkheid, goedheid en vaderlijke zorg van Mozes.

Met hun uitvluchten bereiken mijn tegenstanders dus alleen maar dat ze gewond raken door de wapens waarmee ze zich heel goed dachten te beschermen. Maar het is heel belachelijk dat een eenvoudige uitspraak zo verdraaid wordt. Want de Heer spreekt daarmee uit dat Hij de misdaden van het volk niet door de vingers zal zien, zelfs al zouden ze het geluk hebben dat Mozes of Samuël hun advocaat was, ook al had Hij altijd welwillend naar hun gebeden geluisterd.

Deze betekenis kun je heel gemakkelijk afleiden uit een vergelijkbare passage bij Ezechiël. Daar zegt de Heer: ‘Zelfs al zouden deze drie mannen: Noach, Daniël en Job, in de stad zijn, dan zouden ze met hun rechtvaardigheid hun zonen en dochters niet kunnen bevrijden. Ze zouden alleen hun eigen ziel kunnen bevrijden.’ Ezechiël 14:14 Ongetwijfeld heeft de Heer met die woorden willen aangeven: als twee van hen weer levend zouden worden. Want de derde leefde in die tijd nog: Daniël. Van hem staat vast dat hij toen nog in de eerste bloei van zijn jeugd was en een weergaloos bewijs van zijn vroomheid had gegeven.

Degenen die hun levensloop voltooid hebben, kunnen we dus overslaan. Daarom leert Paulus, als hij het over David heeft, dus niet dat David met zijn gebeden zijn nageslacht helpt. Hij heeft alleen de mensen uit zijn eigen tijd gediend. Handelingen 13:36

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.