Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.2 – Geloof 3.2.38 – Geloofszekerheid is niet vinden in je eigen daden

3.2.38 – Geloofszekerheid is niet vinden in je eigen daden

Op basis hiervan kun je wel inschatten hoe schadelijk het dogma van de scholastici is dat we er op geen enkele manier zeker van kunnen zijn dat God ons genadig is. Volgens hen kunnen we er alleen naar raden op basis van onze daden. Maar als we op basis van onze daden moeten beoordelen of God ons wel of niet goedgezind is, dan erken ik dat we er zelfs niet naar kunnen raden. Geloof moet echter antwoord geven op de eenvoudige belofte van genade. Daarom is er geen ruimte voor twijfel. Want, vraag ik je, met wat voor vertrouwen worden wij gewapend als we deze redenering volgen: God is ons alleen genadig op voorwaarde dat wij dat verdienen met een zuiver leven?

Maar ik heb ergens anders speciaal plaats gereserveerd om deze kwestie te behandelen. Dus ga ik er nu niet verder op in. Vooral omdat meer dan voldoende duidelijk is dat niets zo in strijd is met geloof als giswerk of zoiets. Want dat lijkt wel erg op twijfel.

En het is volkomen onterecht dat de scholastici hiervoor een Schriftbewijs uit Prediker verdraaien. Ze hebben de mond vol van deze woorden: ‘Niemand weet of hij haat of liefde verdient.’ Prediker 9:1 Ik ga er nu maar aan voorbij dat deze passage in de gebruikelijke Latijnse vertaling verkeerd vertaald is. Zelfs kinderen kan het niet ontgaan wat Salomo met deze woorden bedoelt: als iemand op grond van de tegenwoordige stand van zaken wil inschatten welke mensen God achtervolgt met haat en welke Hij omhelst met liefde, dan is dat vergeefse moeite. Dan kwelt hij zichzelf zonder dat het iets oplevert. Want alle dingen overkomen zowel de rechtvaardige als de goddeloze, zowel wie offert als wie niet offert. Prediker 9:2 Dat betekent dus dat God niet continu zijn liefde bewijst als Hij iemand in voorspoed alles laat lukken. En dat Hij ook niet altijd zijn haat laat zien als Hij iemand slaat.

En Salomo zegt dit om de mens te berispen om zijn onzinnige gedachten. Want in deze zaken die het hardst nodig zijn om te weten, is de mens bevangen door kortzichtigheid. Om dezelfde reden had hij eerder geschreven dat je geen onderscheid kunt ontdekken tussen de ziel van mensen en de ziel van beesten. Want het lijkt alsof ze op dezelfde manier omkomen. Prediker 3:19 Als iemand daaruit zou concluderen dat mijn opvatting over de onsterfelijkheid van de ziel alleen gebaseerd is op giswerk, zou hij dan niet terecht als een dwaas beschouwd worden? Maar zijn degenen die concluderen dat er geen zekerheid bestaat over Gods genade omdat we die niet kunnen afleiden uit wat we fysiek waarnemen dan wel goed bij hun hoofd?

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.