Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.2 – Geloof 3.2.32 – Geloof kan niet zonder Christus

3.2.32 – Geloof kan niet zonder Christus

Niet voor niets omvat Christus volgens mij ook alle beloften. Want ook volgens de apostel Paulus omvat het kennen van Christus heel het evangelie. Romeinen 1:17 En ergens anders leert hij dat alle beloften van God in Christus ja en amen zijn. 2 Korinthiërs 1:20 De reden daarvoor ligt voor de hand. Want als God iets belooft, bewijst Hij daarmee dat Hij je goedgezind is. Er is dus geen enkele belofte die geen bewijs is van zijn liefde.

En het doet er niet toe dat de goddelozen een nog zwaarder oordeel over zich halen doordat ze continu overladen worden met grote en royale zegeningen van God. Want zij bedenken niet dat die zegeningen hun uit Gods hand overkomen. Ze erkennen dat niet. En als ze het soms toch erkennen, denken ze er helemaal niet bij na hoe goed Hij is. Dus over Gods barmhartigheid kan dat hun niets méér leren dan het redeloze vee. Ook het vee let er van nature niet op dat het dezelfde vruchten plukt van Gods vrijgevigheid.

Ook verhindert niets dat de goddelozen zich een extra grote straf op de hals halen doordat ze de beloften die voor hen bestemd zijn steeds weer negeren. Het effect van die beloften blijkt weliswaar pas als we ze ook geloven. Maar toch kan ons ongeloof of onze ondankbaarheid hun kracht of eigenheid nooit uitdoven.

Kortom, wanneer de Heer door zijn beloften de mens uitnodigt, niet alleen om de vruchten van zijn vrijgevigheid te plukken, maar ook om daarover na te denken, laat Hij hem tegelijk zijn liefde zien. Onvermijdelijk komen we dus weer hierop uit: elke belofte is een bewijs van Gods liefde voor ons.

Maar het staat buiten kijf dat God niemand liefheeft buiten Christus om. Hij is de geliefde Zoon. In Hem woont en op Hem rust de liefde van de Vader. Mattheüs 3:17; 17:5 Van Hem uit stort die liefde zich vervolgens uit over ons. Want Paulus leert dat wij de genade gekregen hebben ‘in de geliefde’. Efeziërs 1:6 Door zijn tussenkomst moet Gods liefde naar ons toegebracht worden. Daarom noemt de apostel Hem ergens anders onze vrede Efeziërs 2:14 en nog weer ergens anders stelt hij Hem voor als de band die God in zijn vaderliefde met ons verbindt. Romeinen 8:3-17 Dat betekent dus dat we onze ogen op Hem moeten richten, telkens als ons een belofte wordt aangeboden. Terecht leert Paulus dat in Hem alle beloften van God bevestigd en vervuld worden. Romeinen 15:8

Enkele voorbeelden gaan hiertegen in. Het is immers onwaarschijnlijk dat Naäman, de Syriër, les gekregen heeft over de middelaar toen hij aan de profeet Elisa vroeg hoe hij God op de juiste manier kon dienen. Toch wordt hij geprezen om zijn vroomheid. 2 Koningen 5:17-19 Cornelius, een heiden en een Romein, kon amper weten wat alle Joden wisten en zelfs hun kennis was nog duister. Toch deden zijn liefdegaven en gebeden God plezier. Handelingen 10:31 En de offers van Naäman werden door de profeet in zijn reactie goedgekeurd. Zij konden dat allebei alleen bereiken door te geloven. Hetzelfde geldt voor de eunuch naar wie Filippus gebracht werd. Als deze eunuch niet een beetje geloof gekregen had, zou hij zich de moeite en de kosten van een lange en zware reis om te aanbidden bespaard hebben. Toch zien we hoe hij zijn onwetendheid verraadt wat betreft de middelaar, als Filippus hem ondervraagt. Handelingen 8:27-35

Ik geef toe dat hun geloof in een bepaald opzicht impliciet was. Niet alleen wat betreft de persoon van Christus, maar ook wat betreft zijn betekenis en de taak die de Vader Hem had opgedragen. Ondertussen staat wel vast dat zij de basisbeginselen kenden. Zodoende hadden ze een bepaald voorproefje, al was het klein, van Christus. Dat hoeft niet absurd te lijken. De eunuch zou zich nooit uit zo’n ver land naar Jeruzalem gehaast hebben naar een God die hij niet kende. En toen Cornelius eenmaal de Joodse godsdienst aangenomen had, heeft hij daar niet zoveel tijd aan besteed zonder te wennen aan de basisbeginselen van de ware leer. Wat Naäman betreft, het zou wel heel absurd zijn als Elisa hem wel les gegeven had in kleine details, maar over de kern gezwegen had. Hun kennis over Christus was dus nog duister, maar het is onwaarschijnlijk dat ze die kennis helemaal niet hadden. Want ze brachten de offers van de wet in praktijk. Het einddoel van die offers was Christus en alleen daardoor al onderscheidden die zich van de valse offers van de heidenen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.