Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.2 – Geloof 3.2.31 – Geloof kan niet zonder het Woord

3.2.31 – Geloof kan niet zonder het Woord

Hieruit concludeer ik opnieuw, wat ik eerder al heb uitgelegd: geloof heeft het Woord nodig, net zoals een vrucht de levende wortel van de boom nodig heeft. Want David getuigt dat je alleen op God kunt hopen als je zijn naam kent. Psalm 9:11 Maar die kennis komt niet op uit ieders verbeelding. God getuigt zelf van zijn goedheid. Dezelfde profeet bevestigt dat ergens anders: ‘Laat uw redding mij overkomen volgens uw uitspraak.’ En: ‘Ik heb gehoopt op uw woord. Red mij.’ Psalm 119:40-42 We moeten hier letten op het verband tussen geloof en het Woord en vervolgens op de redding als het resultaat daarvan.

Toch sluit ik ondertussen Gods macht niet uit. Want geloof blijft alleen overeind als het daarnaar kijkt. Anders zal het God nooit de eer geven die Hem toekomt. Het lijkt alsof Paulus iets onbelangrijks en gewoons vertelt over Abraham: hij geloofde dat God, die Hem gezegend nageslacht beloofd had, machtig was. Romeinen 4:21 En ergens anders, over zichzelf: ‘Ik weet wie ik geloofd heb en ik ben er zeker van dat Hij de macht heeft om de waarborg die opgeborgen ligt, te bewaren tot die dag.’ 2 Timotheüs 1:12

Maar ieder moet maar eens bij zichzelf nagaan hoe vaak hem de twijfel besluipt aan Gods macht. Dan zul je snel genoeg erkennen dat je flink gegroeid bent in geloof als je Gods macht de eer geeft die zij verdient. We moeten allemaal erkennen dat God alles kan wat Hij wil. Maar zelfs de kleinste beproeving jaagt ons angst aan en laat ons vreselijk schrikken. Daaruit blijkt dat we Gods macht tekortdoen. We hechten meer waarde aan de dreigementen van Satan tegen Gods beloften. Zelfs al heeft God beloofd ons de kracht te geven om hem te weerstaan.

Dat is de reden waarom Jesaja zo heerlijk spreekt over Gods oneindige macht als hij het volk wil inprenten dat hun redding zeker is. Hij begint zijn verhaal door te spreken over de hoop op vergeving en verzoening. En dan lijkt het vaak wel alsof hij uitweidt in een andere richting en lange en overbodige omwegen maakt. Hij vertelt hoe wonderlijk God de machinerie van hemel en aarde met heel de natuurlijke orde bestuurt. Jesaja 40-45 Maar toch is dat allemaal nuttig voor het onderwerp dat hij bespreekt. Want als Gods macht, waardoor Hij tot alles in staat is, ons niet voor ogen staat, kunnen onze oren het Woord maar moeilijk ontvangen of op waarde schatten.

Daar komt bij dat hier Gods effectieve macht beschreven wordt. Want we hebben ergens anders gezien dat Gods macht altijd heel nuttig is voor vroomheid. Vrome mensen letten vooral op die daden van God waardoor Hij heeft laten zien dat Hij een Vader is. Vandaar dat in de Schrift zo vaak de verlossing genoemd wordt. Daar konden de Israëlieten van leren dat God voor eens en voor altijd hun redding bewerkt had en hen voor eeuwig zou bewaren.

Ook David herinnert ons er door zijn voorbeeld aan dat de zegeningen die God ieder individueel bewezen heeft, moeten helpen om in de toekomst ons geloof te versterken. Ja, als het lijkt alsof God ons heeft verlaten, moeten we verder kijken. Het goede dat Hij vroeger voor ons gedaan heeft, moet ons opbeuren. Daarom wordt er in een andere psalm gezegd: ‘Ik denk aan de dagen van vroeger, ik overdenk al uw daden …’ Psalm 143:5 En: ‘Ik zal denken aan de daden van de Heer en aan zijn wonderen vanaf het begin.’ Psalm 77:12

Maar alles wat we ons voorstellen over Gods macht en over zijn daden heeft niets te betekenen zonder zijn Woord. Daarom heb ik terecht gesteld dat er geen geloof is zolang God ons niet verlicht met het getuigenis van zijn genade.

Maar je zou hier de vraag kunnen stellen wat we dan moeten denken van Sara en Rebekka. Zij lijken beiden, geprikkeld door geloofsijver, de grenzen van het Woord te hebben overschreden.

Sara brandde van verlangen naar het beloofde kind en liet haar slavin seksuele gemeenschap hebben met haar man. Genesis 16:2 Het valt niet te ontkennen dat zij op veel manieren gezondigd heeft, maar ik heb het nu alleen over deze zonde: ze liet zich meeslepen door haar ijver en overschreed de grens van Gods Woord. Toch is het zeker dat haar verlangen voortkwam uit geloof.

Aan Rebekka was door een uitspraak van God meegedeeld dat haar zoon Jacob uitgekozen was. Door een verkeerde list zorgt zij ervoor dat hij gezegend wordt. Ze bedriegt haar man, de getuige en uitdeler van Gods genade. Ze dwingt haar zoon om te liegen. Met allerlei list en bedrog schendt ze Gods waarheid. Kortom, ze speelt een spelletje met Gods belofte en maakt die waardeloos, voor zover zij dat kon. Genesis 27 Toch was ook deze daad, hoe zondig en afkeurenswaardig ook, niet volledig zonder geloof. Want ze moest heel wat bezwaren overwinnen voor ze zo sterk verlangde naar iets wat geen enkele hoop gaf op aards voordeel en alleen maar grote problemen en gevaren opleverde. Ook de heilige aartsvader Izak kunnen we geloof niet helemaal ontzeggen, ook al blijft hij een voorkeur houden voor zijn oudste zoon Ezau, hoewel hij er door dezelfde uitspraak van God van op de hoogte was dat de eer was overgedragen op zijn jongste zoon.

Deze voorbeelden leren ons overduidelijk dat geloof vaak vermengd is met dwalingen. Maar dan wel zo dat geloof steeds de overhand houdt, als het tenminste echt geloof is. Deze ene dwaling van Rebekka maakte de zegen niet krachteloos. En zo maakte die dwaling ook geen eind aan het geloof dat normaal in haar hart regeerde. Dat geloof was de bron en de reden voor wat ze deed. Maar toch liet Rebekka hiermee zien hoe gemakkelijk de menselijke geest uitglijdt, zodra hij ook maar een klein stukje toegeeft. Zo’n dwaling en zwakheid verduistert het geloof wel, maar dooft het niet uit. Ondertussen herinnert dit ons eraan hoe angstvallig we aan Gods lippen moeten hangen. Bovendien bevestigt het wat ik geleerd heb: geloof verdwijnt als het niet gebaseerd is op Gods Woord. Ook Sara, Izak en Rebekka zouden verloren gegaan zijn in hun afdwalingen als God hen niet met een onzichtbare teugel in bedwang gehouden had, in gehoorzaamheid aan het Woord.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.