Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.2 – Geloof 3.2.25 – Bernardus van Clairvaux over zekerheid en vrees

3.2.25 – Bernardus van Clairvaux over zekerheid en vrees

Bernardus van Clairvaux redeneert op dezelfde manier. Hij behandelt dit onderwerp uitdrukkelijk in zijn vijfde preek over de inwijding van een kerkgebouw.1 Hij zegt:

‘Soms denk ik dankzij Gods goedheid na over mijn ziel. En dan komt het mij voor dat ik daarin als het ware twee tegengestelde kanten zie. Als ik naar mijn ziel kijk zoals die op zichzelf en uit zichzelf is, dan kan ik niets zeggen dat zo waar is als dit: van mijn ziel is niets meer over. Waarom zou ik alle ellende van mijn ziel punt voor punt opsommen? Ze is met zonden overladen, met duisternis overgoten. Ze zit verstrikt in genot, ze wordt geprikkeld door begeerte. Ze is onderworpen aan hartstocht, ze zit vol misleidingen. Ze is altijd geneigd tot het kwaad, ze is bereid tot elke zonde. Kortom, ze zit vol schande en verwarring! Zelfs haar rechtvaardige daden blijken in het licht van de waarheid slechts het bevuilde kleed van een menstruerende vrouw. Jesaja 64:6 Wat moeten we dan denken van haar onrechtvaardige daden? Het licht dat in ons is, is duisternis. Hoe groot moet dan de echte duisternis wel niet zijn! Mattheüs 6:23

Wat moeten we dan zeggen? De mens is net een zucht. Psalm 144:4 Er is van de mens niets meer over. Psalm 73:22 De mens is niets. Maar hoe kan hij helemaal niets zijn als God hem glorie geeft? Hoe kan hij niets zijn als God hem genegen is? We kunnen opgelucht ademhalen, broeders! Ook al zijn wij niets in ons hart, in Gods hart ligt misschien iets verborgen over ons. Vader van alle barmhartigheid, 2 Korinthiërs 1:3 Vader van de ellendigen, hoe kunt U uw hart neigen naar ons? Want uw hart is waar uw schat is. Mattheüs 6:21 En kunnen wij uw schat zijn als wij niets zijn? Alle volken zijn voor U alsof ze niets zijn. Jesaja 40:17 Ze moeten als niets beschouwd worden. Dat wil zeggen: voor U. Niet: in U. Niets zijn ze in het oordeel van uw waarheid. Maar ze zijn niet niets in de genegenheid van uw liefde. Immers, U roept de dingen die niets zijn, alsof ze wel iets zijn. Romeinen 4:17 Dus omdat U roept wat niets is, zijn ze niets. En toch zijn ze wel iets, omdat U ze roept. Want al zijn ze niets wat henzelf betreft, toch zijn ze wel iets bij U, volgens het woord van Paulus: “Niet op basis van rechtvaardige daden, maar op basis van Hem die roept.”’ Romeinen 9:11

Vervolgens zegt Bernardus dat beide kanten op een wonderlijke manier met elkaar verbonden zijn. En dingen die met elkaar verbonden zijn, heffen elkaar zeker niet wederzijds op. In zijn slotwoorden legt hij dat ook uit: ‘Vanuit beide perspectieven moeten we zorgvuldig naar onszelf kijken om te zien wat we zijn. Vanuit het ene perspectief zien we dat we echt niets zijn. En vanuit het andere perspectief zien we hoe glorierijk we zijn. Het lijkt dan, volgens mij, dat dat onze roem tempert. Maar misschien vergroot het onze roem juist wel. Onze roem heeft immers een steviger basis gekregen, zodat we niet roemen in onszelf, maar in de Heer. 2 Korinthiërs 10:17 Zeker, we mogen denken: als de Heer besloten heeft om ons te redden, dan worden we meteen verlost. En daarom mogen we opgelucht ademhalen. Maar we moeten opklimmen naar een hogere uitkijkpost en zoeken naar de positie van God. We moeten de tempel zoeken, het huis zoeken, de bruid zoeken. Ik ben het niet vergeten, maar ik zeg het met vrees en ontzag: wij zijn iets, zeg ik, maar in Gods hart. Wij zijn iets, maar doordat Hij ons het waard gekeurd heeft, niet omdat we het uit onszelf waard zijn.’

1Bernardus van Clairvaux, Sermones in dedicatione templi, 5.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.