Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.2 – Geloof 3.2.22 – Vrees is nuttig tegen overmoed

3.2.22 – Vrees is nuttig tegen overmoed

Er bestaat nog een andere vorm van vrees en beven. Filippenzen 2:12 Maar die vorm doet zo weinig afbreuk aan de zekerheid van het geloof dat het die zekerheid zelfs nog extra bevestigt. De voorbeelden die God tegenover goddelozen laat zien van zijn wraak, zijn waarschuwingen voor de gelovigen. Als ze dat bedenken, passen ze er zorgvuldig voor op dat ze zich Gods woede op de hals halen door dezelfde misdaden. En als ze bij zichzelf bedenken hoe ellendig ze er zelf aan toe zijn, leren ze volledig afhankelijk te zijn van God. Want ze zien dat ze zonder Hem nog vluchtiger en vergankelijker zijn dan wind.

Want de apostel Paulus boezemt de Korinthiërs weliswaar vrees in door hun de tuchtigingen te tekenen waarmee de Heer in het verleden het volk Israël gestraft had. Zo wil hij voorkomen dat zij zelf in net zulke rampen terecht zouden komen. Maar hiermee brengt hij niet hun vertrouwen aan het wankelen. Hij laat hen alleen de laksheid van hun vlees afschudden die het geloof altijd overwoekert in plaats van versterkt. De val van de Joden is voor hem aanleiding om ons te waarschuwen: wie denkt dat hij staat, moet oppassen dat hij niet valt. 1 Korinthiërs 10:5-12; Romeinen 11:20 Daarmee zegt hij niet dat we moeten twijfelen, alsof we er niet voldoende zeker van zijn of we zullen standhouden. Hij ontneemt ons alleen onze aanmatiging en ons roekeloos vertrouwen op eigen kracht. Want de heidenen, die na de verstoting van de Joden in hun plaats zijn aangenomen, moeten niet al te overmoedig worden.

Paulus spreekt hier trouwens niet alleen de gelovigen aan. Hij richt zijn woorden ook op de huichelaars die zich alleen beroemden op uiterlijke schijn. Want hij waarschuwt hier geen individuele personen. Hij heeft eerst een tegenstelling gemaakt tussen Joden en heidenen en laten zien dat de Joden in hun verwerping de terechte straf gekregen hebben voor hun ongeloof en ondankbaarheid. En vervolgens waarschuwt hij de heidenen dat ze zich niet trots moeten verheffen, want dan zouden ze de genade van de adoptie als kinderen verliezen die nog maar kort geleden op hen was overgedragen. En toen de Joden verworpen werden, waren er nog sommigen van hen over die helemaal niet afgevallen waren van het verbond van adoptie. Zo konden er dus ook uit de heidenen sommigen voortkomen die niet echt geloofden, maar zich alleen hadden opgeblazen met een dwaas, vleselijk vertrouwen. Zij misbruikten zo Gods goedheid tot hun eigen ondergang.

Maar zelfs al ga je ervan uit dat Paulus dit zegt tegen uitverkoren gelovigen, dan levert dat nog een probleem op. Want soms overkomt heiligen uit het restant van hun vlees een roekeloosheid. Om te voorkomen dat ze uit een ongefundeerd zelfvertrouwen overmoedig worden, moet die roekeloosheid bedwongen worden. Als je dat doet, is dat iets heel anders dan wanneer je hun geweten door angst ontmoedigt, om te voorkomen dat ze met volledige zekerheid zouden vertrouwen op Gods barmhartigheid.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.