Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.19 – Christelijke vrijheid 3.19.8 – We mogen Gods gaven gebruiken waarvoor Hij ze bedoeld heeft

3.19.8 – We mogen Gods gaven gebruiken waarvoor Hij ze bedoeld heeft

Ik weet,’ zegt Paulus, ‘dat niets onrein is, behalve voor wie het als onrein beschouwt. Voor hem is het onrein.’ Romeinen 14:14 Met deze woorden onderwerpt hij alle uiterlijke dingen aan onze vrijheid. Als we in ons hart voor God maar zeker zijn van die vrijheid. Maar als een bijgelovig idee ons een bezwaar oplevert, dan wordt wat naar zijn aard rein is, voor ons bezoedeld. Daarom voegt Paulus eraan toe: ‘Gelukkig wie zichzelf niet oordeelt in wat hij als goed beschouwt. Maar wie twijfelt als hij eet, is al veroordeeld, omdat hij niet uit geloof eet. En alles wat niet uit geloof is, is zonde.’ Romeinen 14:22-23

Als je in een dergelijke benauwdheid toch dapper en onbekommerd alles aandurft, keer je je dan niet even ver van God af? En als je vanbinnen getroffen bent door vrees voor God, wordt je door angst verward en terneergeslagen, omdat je wel gedwongen bent om tegen je geweten in veel toe te laten. Ieder die er zo aan toe is, kan geen enkel geschenk van God dankbaar aannemen. Terwijl we volgens Paulus’ getuigenis alles toch alleen kunnen gebruiken als het geheiligd is door dankbaarheid. 1 Timotheüs 4:4-5 Volgens mij wordt daar een dankbaarheid mee bedoeld die voortkomt uit een hart dat Gods vrijgevigheid en goedheid in zijn gaven erkent. Veel van zulke mensen beseffen wel dat het Gods gaven zijn, die ze gebruiken. En ze prijzen God in wat Hij doet. Maar ze zijn er niet van overtuigd dat die dingen aan hen gegeven zijn. Dus hoe kunnen ze God dan danken als de gever?

Kortom, we zien wat de kern is van deze vrijheid: we mogen Gods gaven zonder gewetensbezwaren en zonder ongerustheid gebruiken voor het doel waarvoor Hij ze aan ons gegeven heeft. Door die vrijmoedigheid hebben we vrede met Hem en erkennen we zijn vrijgevigheid tegenover ons. Want dit slaat op alle rituelen waarin we vrij zijn om ons daar wel of niet aan te houden. Ons geweten wordt bij die rituelen door geen enkele verplichting gebonden. We mogen bedenken dat het gebruik van die rituelen door Gods goedheid aan Hem is onderworpen, om ons op te bouwen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.