3.19.8 – We mogen Gods gaven gebruiken waarvoor Hij ze bedoeld heeft

0
132

Ik weet,’ zegt Paulus, ‘dat niets onrein is, behalve voor degene die het als onrein beschouwt. Voor hem is het onrein.’1 Met deze woorden onderwerpt hij alle uiterlijke dingen aan onze vrijheid. Als we in ons hart voor God maar zeker zijn van die vrijheid. Maar als een bijgelovig idee ons een bezwaar oplevert, dan wordt wat naar zijn aard rein is, voor ons bezoedeld. Daarom voegt Paulus eraan toe: ‘Gelukkig hij die zichzelf niet oordeelt in wat hij als goed beschouwt. Maar wie twijfelt als hij eet, is al veroordeeld, omdat hij niet uit geloof eet. En alles wat niet uit het geloof is, is zonde.’2

Als je in een dergelijke benauwdheid toch dapper en onbekommerd alles aandurft, keer je je dan niet even ver van God af? En als je vanbinnen getroffen bent door vrees voor God, wordt je door angst verward en terneergeslagen, omdat je wel gedwongen bent om tegen je geweten in veel toe te laten. Ieder die er zo aan toe is, kan geen enkel geschenk van God dankbaar aannemen. Terwijl we volgens het getuigenis van Paulus alles toch alleen kunnen gebruiken als het geheiligd is door dankbaarheid.3 Volgens mij wordt daar een dankbaarheid mee bedoeld die voortkomt uit een hart dat Gods vrijgevigheid en goedheid in zijn gaven erkent. Veel van zulke mensen beseffen wel dat het Gods gaven zijn, die ze gebruiken. En ze prijzen God in wat Hij doet. Maar ze zijn er niet van overtuigd dat die dingen aan hen gegeven zijn. Dus hoe kunnen ze God dan danken als de gever?

Kortom, we zien wat de kern is van deze vrijheid: we moeten Gods gaven zonder gewetensbezwaren en zonder ongerustheid gebruiken voor het doel waarvoor Hij ze aan ons gegeven heeft. Door die vrijmoedigheid hebben we vrede met Hem en erkennen we zijn vrijgevigheid tegenover ons. Want dit slaat op alle rituelen waarin we vrij zijn om ons daar wel of niet aan te houden. Ons geweten wordt bij die rituelen door geen enkele verplichting gebonden. We mogen bedenken dat het gebruik van die rituelen door Gods goedheid aan Hem is onderworpen, om ons op te bouwen.

1Romeinen 14:14

2Romeinen 14:22-23

31 Timotheüs 4:4-5

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in