Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.19 – Christelijke vrijheid 3.19.7 – Derde onderdeel: in dingen die er niet toe doen nergens aan gebonden zijn

3.19.7 – Derde onderdeel: in dingen die er niet toe doen nergens aan gebonden zijn

Het derde onderdeel van christelijke vrijheid is dat we in uiterlijke dingen, die erop zich zelf niet toe doen, voor God door geen enkele religieuze verplichting gebonden zijn. We mogen ze het ene moment gebruiken en het andere moment ongebruikt laten. Daarin hoeven we geen onderscheid te maken. En ook het kennen van deze vrijheid hebben we hard nodig. Want als we deze kennis niet hebben, zal ons geweten geen rust vinden en zal er geen eind komen aan alle vormen van bijgeloof.

Velen vinden het tegenwoordig maar overdreven dat we een discussie beginnen over het vrij eten van vlees, het vrij vieren van feestdagen, het vrij dragen van kleren en dergelijke. Zij vinden dat maar onbenullige dingen. Maar ze zijn belangrijker dan meestal gedacht wordt. Want als je je in je geweten eenmaal hebt laten strikken, stap je een lang en ingewikkeld doolhof binnen, waar je vervolgens niet gemakkelijk meer uit komt.

Stel dat iemand begint te twijfelen of hij voor lakens, hemden, zakdoeken en handdoeken wel linnen mag gebruiken. Vervolgens zal hij niet meer zeker weten of hij wel hennep mag gebruiken en uiteindelijk zal hij ook gaan twijfelen over grof vlas. Want hij zal zich gaan afvragen of hij niet zonder tafellakens kan eten en of hij zakdoeken niet kan missen. Stel dat iemand denkt dat voedsel dat iets luxer is, niet is toegestaan. Uiteindelijk zal hij niet meer met een voor God gerust geweten gewoon brood of eenvoudig voedsel kunnen eten. Want hij zal bedenken dat hij zijn lichaam ook wel kan onderhouden met nóg eenvoudiger voedsel. Stel dat hij twijfelt of hij wel een goede wijn mag drinken. Vervolgens zal hij ook geen slechte wijn meer kunnen drinken met een gerust geweten. Uiteindelijk zal hij zelfs geen water meer durven aanraken dat lekkerder en zuiverder is dan ander water. Kortom, het komt zover met hem dat hij gaat denken dat het niet is toegestaan om, zeg maar, over een dwarsliggend strootje te stappen.

Want ik begin hier geen debat zonder veel gewicht. Het draait om de vraag of God wil dat we dit of dat gebruiken. En al onze plannen en daden moeten geleid worden door zijn wil. Het kan niet anders of sommigen zinken als gevolg hiervan uit wanhoop in een bodemloze afgrond van verwarring. Anderen verachten God, schudden de vrees voor Hem van zich af en waar ze geen weg zien, banen ze voor zichzelf een weg door hun ondergang. Want als je in een dergelijke twijfel verstrikt zit, zie je overal, waarheen je je ook wendt, iets dat je geweten bezwaart.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.