Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.19 – Christelijke vrijheid 3.19.2 – Eerste onderdeel: vrij van het oordeel van de wet

3.19.2 – Eerste onderdeel: vrij van het oordeel van de wet

Christelijke vrijheid bestaat, volgens mij tenminste, uit drie onderdelen.

Het eerste onderdeel is dat gelovigen in hun geweten hun vertrouwen moeten zoeken in de rechtvaardiging voor Gods ogen en zich dan moeten oprichten en verheffen boven de wet. Heel de rechtvaardigheid op basis van de wet moeten ze vergeten. Immers, ik heb ergens anders al laten zien dat voor de wet niemand rechtvaardig blijft. Dus óf we worden van elke hoop op rechtvaardigheid uitgesloten, óf we moeten van de wet losgemaakt worden. En dan wel zo dat we met onze daden helemaal geen rekening meer houden. Want als je denkt dat je een daad mee moet brengen, hoe klein ook, om rechtvaardigheid te krijgen, dan kun je geen maat of grens vaststellen. Dan maak je jezelf tot een schuldenaar van heel de wet.

Dus als het gaat over de rechtvaardiging, mogen we de wet niet meer noemen en moeten we elke gedachte aan onze daden aan de kant schuiven. We moeten alleen Gods barmhartigheid omhelzen, de blik van onszelf afkeren en alleen naar Christus kijken. Want als het gaat over de rechtvaardiging, is de vraag niet hoe wij rechtvaardig zijn. Nee, de vraag is hoe wij als rechtvaardig beschouwd worden, hoe onrechtvaardig en onwaardig we ook zijn. En als we in ons geweten daar enige zekerheid over willen krijgen, moeten we geen ruimte laten voor de wet.

Maar hieruit mogen we niet concluderen dat de wet voor gelovigen overbodig is. Er is voor de wet voor Gods rechterstoel weliswaar geen plaats in ons geweten. Maar daarom blijft de wet ons nog wel onderwijzen, vermanen en aansporen. Dit zijn twee heel verschillende dingen en die moeten we daarom ook goed en nauwkeurig van elkaar onderscheiden. Heel het leven van christenen moet een nadenken zijn over vroomheid. Want ze zijn geroepen om geheiligd te worden. Efeziërs 1:4; 1 Thessalonicenzen 4:3-7 Het is de taak van de wet om hen te herinneren aan hun plicht en zo hen er toe aan te zetten dat ze heilig en onschuldig proberen te leven.

Maar als ze zich in hun geweten zorgen maken hoe God hun genadig kan zijn, wat ze moeten antwoorden en met welk vertrouwen ze kunnen bestaan als ze voor zijn oordeel gedaagd worden – dan moeten ze geen rekening houden met wat de wet eist. Nee, dan moeten ze alleen Christus als rechtvaardigheid voor ogen houden: Christus, die alle volmaaktheid van de wet te boven gaat!

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.