3.19.2 – Eerste onderdeel: vrij van het oordeel van de wet

0
116

De christelijke vrijheid bestaat, volgens mij tenminste, uit drie onderdelen.

Het eerste onderdeel is dat de gelovigen in hun geweten voor Gods aangezicht hun vertrouwen zoeken op de rechtvaardiging en zich dan oprichten en verheffen boven de wet. Heel de rechtvaardigheid op basis van de wet moeten ze vergeten. Immers, ik heb ergens anders al laten zien dat voor de wet niemand rechtvaardig blijft. Dus óf we worden van elke hoop op rechtvaardigheid uitgesloten, óf we moeten van de wet losgemaakt worden. En dan wel zo dat we met onze daden helemaal geen rekening meer houden. Want als je denkt dat je een daad mee moet brengen, hoe klein ook, om rechtvaardigheid te krijgen, dan kun je geen maat of grens vaststellen. Dan maak je jezelf tot een schuldenaar van heel de wet.

Dus als het gaat over de rechtvaardiging, mogen we de wet niet meer noemen en moeten we elke gedachte aan onze daden aan de kant schuiven. We moeten alleen Gods barmhartigheid omhelzen, de blik van onszelf afkeren en alleen naar Christus kijken. Want als het gaat over de rechtvaardiging, is de vraag niet hoe wij rechtvaardig zijn. Nee, de vraag is hoe wij als rechtvaardig beschouwd worden, hoe onrechtvaardig en onwaardig we ook zijn. En als we in ons geweten daar enige zekerheid over willen krijgen, moeten we geen ruimte laten voor de wet.

Maar hieruit mogen niet concluderen dat de wet voor de gelovigen overbodig is. Er is voor de wet voor Gods rechterstoel weliswaar geen plaats in ons geweten. Maar daarom blijft de wet ons nog wel onderwijzen, vermanen en aansporen. Dit zijn twee heel verschillende dingen en die moeten we daarom ook goed en nauwkeurig van elkaar onderscheiden. Heel het leven van christenen moet een nadenken zijn over vroomheid. Want ze zijn geroepen om geheiligd te worden.1 Het is de taak van de wet om hen te herinneren aan hun plicht en zo hen er toe aan te zetten dat ze heilig en onschuldig proberen te leven.

Maar als ze zich in hun geweten zorgen maken hoe God hun genadig kan zijn, wat ze moeten antwoorden en met welk vertrouwen ze kunnen bestaan als ze voor zijn oordeel gedaagd worden – dan moeten ze geen rekening houden met wat de wet eist. Nee, dan moeten ze alleen Christus als rechtvaardigheid voor ogen houden: Christus, die alle volmaaktheid van de wet te boven gaat!

1Efeziërs 1:4; 1 Thessalonicenzen 4:3-7

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in