3.18.8 – Paulus over liefde die meer is dan geloof

0
189

Mijn tegenstanders voeren ook deze passages van Paulus aan: ‘Al had ik al het geloof, zodat ik bergen kon verzetten – als ik de liefde niet had, was ik niets.’1 En: ‘Nu blijven hoop, geloof en liefde. Maar de grootste van deze is de liefde.’2 En: ‘Trek bij alles de liefde aan. Dat is de band van de volmaaktheid.’3

Op basis van de eerste twee passages beweren onze farizeeën dat we eerder door de liefde gerechtvaardigd worden dan door het geloof. Want, zeggen ze, dat is de belangrijkste goede eigenschap. Maar deze spitsvondigheid kan ik zonder enige moeite weerleggen. Want ik heb ergens anders al uitgelegd dat het in de eerste passage niet over het ware geloof gaat. Paulus zegt immers dat de liefde groter is dan dit geloof. Hij bedoelt niet dat de liefde meer verdiensten heeft, maar dat de liefde vruchtbaarder is. De liefde reikt verder en dient meer mensen, want de liefde floreert altijd. Maar het geloof wordt maar een korte tijd gebruikt.

Als we kijken wat beter is, moet de liefde voor God op de eerste plaats staan. Maar daarover heeft Paulus het hier niet. Hij benadrukt alleen dat we elkaar door middel van wederzijdse liefde moeten opbouwen in de Heer.

Maar stel nu eens dat de liefde wel in alle opzichten het geloof te boven gaat. Wie met een gezond oordeel, ja met gezonde hersenen, zou daar dan uit concluderen dat de liefde ook meer rechtvaardigt? Dat het geloof de kracht heeft om te rechtvaardigen, ligt niet in de waarde van het geloof als daad. Onze rechtvaardiging bestaat alleen dankzij Gods barmhartigheid en Christus’ verdienste. Als het geloof die aangrijpt, wordt er gezegd dat het geloof rechtvaardigt. Maar als je mijn tegenstanders vraagt op welke manier ze de rechtvaardiging toeschrijven aan de liefde, zullen ze antwoorden: de liefde is een daad waar God blij mee is. Doordat God die in zijn goedheid accepteert, verdienen we dat de rechtvaardigheid ons toegerekend wordt.

Hier zie je hun argumentatie heel mooi uitkomen! Ik zeg dat het geloof niet rechtvaardigt omdat de waarde van het geloof voor ons rechtvaardigheid verdient. Nee, het geloof is een instrument waardoor we gratis Christus’ rechtvaardigheid in handen krijgen. Maar mijn tegenstanders schuiven Gods barmhartigheid aan de kant en gaan voorbij aan Christus, terwijl daarin de kern van de rechtvaardigheid ligt! Ze beweren dat we gerechtvaardigd worden door de goede daad van de liefde, omdat die ver uitsteekt boven het geloof. Dat is hetzelfde als wanneer iemand zou beweren dat een koning beter een schoen kan maken dan een schoenmaker, omdat een koning oneindig ver hoger staat dan een schoenmaker. Alleen deze simpele logica bewijst al overduidelijk dat de scholen van de Sorbonne-universiteit zelfs nog niet eens met het buitenste randje van hun lippen hebben geproefd wat de rechtvaardiging door het geloof eigenlijk is.

Misschien wil een ruziezoeker nu nog bezwaar maken door te vragen waarom ik het woord ‘geloof’ in passages die bij Paulus zo dicht bij elkaar staan, zo verschillend opvat. Maar dan is mijn antwoord dat ik voor die uitleg een heel goede reden heb. Paulus noemt allemaal gaven op die in zekere zin vallen onder het geloof en de hoop. Want ze hebben allemaal te maken met het kennen van God. Daarom vat hij ze samen onder de term ‘geloof en hoop’. Het is alsof hij zei: ‘Profetie, talen, de gave van interpretatie en kennis hebben dit doel: ze moeten ons brengen tot kennis van God. En we kennen God in dit leven alleen door hoop en geloof. Dus als ik geloof en hoop noem, vat ik al deze gaven samen. Dus blijven deze drie over: hoop, geloof en liefde. Dat wil zeggen: hoe groot de variatie in gaven ook is, toch komen ze allemaal hierop neer. En onder deze drie, is de liefde de belangrijkste.’ Enzovoort.

Op basis van de derde passage komen mijn tegenstanders tot deze conclusie: als de liefde de band is van de volmaaktheid, is de liefde ook de band van de rechtvaardigheid. Want rechtvaardigheid is niets anders dan volmaaktheid. Om te beginnen sla ik nu maar over dat Paulus met volmaaktheid bedoelt dat de leden van een goed ingerichte kerk hecht met elkaar verbonden zijn. Als ik toegeef dat we door de liefde volmaakt worden in Gods ogen, wat voor nieuws brengen mijn tegenstanders dan met deze passage naar voren? Want mijn antwoord zal altijd zijn dat we die volmaaktheid alleen bereiken als we de liefde volledig vervullen. En omdat iedereen ver verwijderd blijft van het volledig vervullen van de liefde, concludeer ik dat voor iedereen alle hoop op volmaaktheid is afgesneden.

11 Korinthiërs 13:2

21 Korinthiërs 13:13

3Kolossenzen 3:14

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in