3.18.4 – Het loon is bedoeld om ons aan te sporen

0
89

We moeten dus niet denken dat de Heilige Geest door zo’n belofte de waarde van onze werken aanprijst, alsof die zo’n loon verdienen. Want de Schrift laat niets over waarop wij ons voor Gods aangezicht kunnen verheffen. De Heilige Geest wil juist onze arrogantie in toom houden en ons nederig maken, neerwerpen en volledig breken. Maar deze belofte ondersteunt ons in onze zwakheid. Anders zouden we meteen bezwijken en omvallen. In onze zwakheid moeten we ons staande houden door deze verwachting. Die moet onze pijn verlichten door haar troost.

Om te beginnen moet ieder bij zichzelf bedenken hoe moeilijk het is om niet alleen alles wat je hebt, maar ook jezelf los te laten en te verloochenen. Toch is dat het eerste wat Christus zijn leerlingen – dat zijn alle vromen – leert. Vervolgens onderwijst Hij hen heel hun leven lang via de discipline van het kruis, om te voorkomen dat ze hun begeerte zouden richten op de goede dingen van het tegenwoordige leven, of daarop zouden vertrouwen. Kortom, Hij behandelt hen bijna altijd zo dat ze overal niets anders te zien krijgen dan wanhoop, waar ze hun ogen ook heen wenden en zover deze wereld zich uitstrekt. Daarom zegt Paulus dat wij de ellendigste van alle mensen zijn als we alleen voor deze wereld onze hoop hebben.1 Om te voorkomen dat zijn leerlingen in zulke grote benauwdheden bezwijken, staat de Heer hen bij. Hij spoort hen aan het hoofd hoger op te heffen en hun ogen verder te laten kijken. Het geluk dat ze in de wereld niet zien, zullen ze dan bij Hem vinden. Dit geluk noemt Hij een prijs, een loon, een vergoeding. Niet dat Hij enige waarde hecht aan wat zij met hun daden verdienen. Maar Hij maakt duidelijk dat het geluk een vergoeding is voor hun verdrukkingen, lijden, schande, enzovoort.2

Niets verhindert ons daarom om het eeuwige leven, naar het voorbeeld van de Schrift,3 een vergoeding te noemen. Want in het eeuwige leven neemt de Heer de zijnen uit zwaar werk op in de rust, uit verdrukking in een aantrekkelijke toestand van voorspoed, uit verdriet in vreugde, uit armoede in overvloed, uit schande in heerlijkheid. Kortom, alle rampen waaronder ze geleden hebben, wisselt Hij in voor betere dingen. Daarom is er ook niets op tegen om te denken dat een heilig leven een weg is, die weliswaar niet de toegang opent naar de heerlijkheid van het hemelse koninkrijk, maar waarlangs de uitverkorenen wel door hun God gebracht worden naar de openbaring van die heerlijkheid. Want het is zijn welbehagen om degenen die Hij geheiligd heeft, te verheerlijken.4

Alleen moeten we ons niet inbeelden dat er een wederkerig verband bestaat tussen verdienste en loon. De sofisten houden daar onbeschaamd aan vast, omdat ze niet inzien wat het doel is zoals ik dat uitleg. En wat is het verkeerd om je oog ergens anders op te richten, als de Heer ons naar één doel roept! Het is toch overduidelijk dat er een beloning beloofd wordt voor onze goede daden om ons zwakke vlees te troosten en op te beuren en niet om ons hart op te blazen tot verwaandheid. Dus wie daaruit concludeert dat we met onze daden iets verdienen, of in de weegschaal onze daden laat opwegen tegen het loon, dwaalt heel ver af van het juiste richtpunt dat God gesteld heeft!

11 Korinthiërs 15:9

2Mattheüs 5:12; Mattheüs 6:1

3Hebreeën 10:35; Hebreeën 11:26

4Romeinen 8:30

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in