Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.14 – Rechtvaardiging en heiliging 3.14.9 – Ook van ware gelovigen is geen enkele daad volmaakt

3.14.9 – Ook van ware gelovigen is geen enkele daad volmaakt

Laten we nu kijken wat voor rechtvaardigheid de mensen uit de vierde categorie hebben. Ik geef toe: als God ons met zich verzoent doordat Christus’ rechtvaardigheid tussenbeide komt en Hij ons als rechtvaardig beschouwt omdat wij uit genade vergeving voor onze zonden gekregen hebben, dan gaat die barmhartigheid tegelijk ook gepaard met deze vrijgevigheid van Hem: door zijn Heilige Geest woont Hij in ons en door de kracht van die Geest worden de begeerten van ons vlees elke dag steeds meer gedood en worden wij geheiligd. Dat wil zeggen: we worden toegewijd aan de Heer in een werkelijk rein leven, omdat ons hart zo gevormd wordt dat het de wet gaat gehoorzamen. Dan is het onze belangrijkste wil dat we zijn wil dienen en alleen zijn eer op alle mogelijke manieren bevorderen.

Maar ook als we door de leiding van de Heilige Geest wandelen op de wegen van de Heer, blijven er toch restanten van onvolmaaktheid, om ons reden te geven tot nederigheid. Zo wordt voorkomen dat we onszelf vergeten en verwaand worden. De Schrift zegt: ‘Er is geen rechtvaardige die altijd goed doet en nooit zondigt.’ Prediker 7:20; 1 Koningen 8:46 Wat voor rechtvaardigheid kunnen ze dan nog met hun daden verdienen?

In de eerste plaats is volgens mij het beste wat zij voort kunnen brengen toch altijd nog door enige onreinheid van het vlees besmeurd en bedorven. Het is als het ware vermengd met een beetje droesem. Een heilige dienaar van God moet volgens mij maar eens uit heel zijn levensloop het beste uitkiezen wat hij ooit in zijn leven gedaan heeft. Dan moet hij dat maar eens stukje bij beetje in gedachten goed overwegen. Ongetwijfeld zal hij steeds iets vinden waarvan de smaak bedorven is door het vlees. Want ons enthousiasme om goed te doen is nooit zo groot als het zou moeten zijn. Uit onze laksheid blijkt veel zwakheid.

Trouwens, de vlekken waarmee de daden van de heiligen besmeurd zijn, zijn duidelijk zichtbaar. Maar al zouden het maar heel kleine vlekjes zijn, zouden ze dan in Gods ogen geen aanstoot geven? Zelfs de sterren zijn in zijn ogen niet zuiver! Job 25:5 We zien dus dat heiligen geen enkele daad kunnen verrichten die niet, op zichzelf bekeken, terecht afkeuring verdient.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.