3.14.8 – Je daden zijn voor God pas acceptabel als Hij eerst jouzelf aangenomen heeft

0
118

Dezelfde kwestie behandelt de Heer schitterend bij Jesaja. Hij zegt: ‘Breng Mij niet tevergeefs offers. Het reukwerk vind Ik weerzinwekkend. Jullie nieuwe maanden en plechtige feesten haat Ik. Zij zijn voor Mij een last geworden. Ik ben het zat om ze te verdragen. Als jullie je handen opheffen, zal Ik mij ogen voor jullie sluiten. Als jullie nog vaker gaan bidden, zal Ik niet luisteren. Want jullie handen zitten vol bloed. Was je, reinig je, doe de slechtheid van jullie gedachten weg!’1

Wat betekent dat dat de Heer zo’n afkeer heeft van gehoorzaamheid aan de wet? Ja, maar de Heer verwerpt hier niets wat in overeenstemming is met de juiste manier om je aan de wet te houden. Maar het begin daarvan, zo leert Hij overal, ligt in de vrees voor zijn naam. Als die vrees er niet is, is alles wat Hem geofferd wordt niet alleen zonder betekenis. Het is vuile en weerzinwekkende onreinheid.

Laat de huichelaars nu hun gaan maar gaan. Ze mogen de in hun hart verborgen slechtheid houden en hun best doen om met hun daden God voor zich te winnen. Maar op die manier zullen ze Hem steeds erger irriteren. Want offers van goddelozen vindt Hij weerzinwekkend. Alleen het gebed van oprechten doet Hem plezier.2

Daarom moet volgens mij boven elke twijfel verheven zijn en hoort het iedereen die redelijk thuis is in de Schrift bekend te zijn: zelfs de daden die in mensen die nog niet echt geheiligd zijn het meest schitteren, staan voor God zover af van rechtvaardigheid dat ze als zonden beschouwd moeten worden. En dus is het helemaal waar wat gezegd is door degenen die leerden dat personen bij God geen genade krijgen door hun daden, maar integendeel, dat God pas blij is met de daden als eerst de persoon in Gods ogen genade gevonden heeft.3

Eerbiedig moeten we op deze volgorde letten. De Schrift leidt ons er met de hand naar toe. Mozes schrijft dat de Heer lette op Abel en op zijn daden.4 Zie je wel hoe Mozes duidelijk maakt dat de Heer mensen eerst genadig is en dan pas op hun daden let? Daarom moet de reiniging van het hart vooropgaan. Pas daarna zal God de daden die wij verrichten welwillend ontvangen. Want altijd geldt het woord van Jeremia dat Gods ogen letten op oprechtheid.5

Verder heeft de Heilige Geest via de mond van Petrus verklaard dat het hart van de mensen alleen gereinigd wordt door het geloof.6 Daaruit blijkt dat een waar en levend geloof het eerste fundament vormt.

1Jesaja 1:13-16

2Spreuken 15:8

3Pseudo-Augustinus, De vera et falsa poenitentia 15,30; Paus Gregorius de Grote, in: Gratianus, Decretum II, 3,7

4Genesis 4:4

5Jeremia 5:3

6Handelingen 15:9

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in