3.12.7 – De gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar

0
419

En onze heel goede leermeester was niet tevreden met woorden. Daarom heeft Hij in een gelijkenis als op een schilderij het beeld van oprechte nederigheid voor ons getekend. Want Hij presenteert ons een tollenaar die op een afstand blijft staan en zijn ogen niet naar de hemel durft opheffen, maar luid jammerend bidt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig!’ We moeten niet denken dat dit tekenen zijn van een gehuichelde bescheidenheid: dat hij niet naar de hemel durft kijken en niet dichterbij durft komen en dat hij zo luid jammert. We moeten beseffen dat dit bewijzen zijn van hoe hij er vanbinnen aan toe is.

Daartegenover plaatst de Heer een farizeeër die God dankt dat hij niet hoort bij de gewone mensen en geen rover is of een onrechtvaardige of een overspelige. Want hij vastte tweemaal per week en gaf tienden van alles wat hij bezat. Hij belijdt openlijk dat zijn rechtvaardigheid een geschenk van God is. Maar omdat hij erop vertrouwt dat hij rechtvaardig is, gaat hij van Gods aangezicht weg zonder dat God blij met hem is en terwijl God hem haat. Maar de tollenaar wordt gerechtvaardigd door zijn erkenning van zijn onrechtvaardigheid.1

Hieraan kun je zien hoe blij God is als we Hem nederig onder ogen komen. Het hart staat dus niet open om zijn barmhartigheid te ontvangen als het niet helemaal leeg is van elke inbeelding dat we het zelf waard zijn. Als zo’n inbeelding ons hart in beslag neemt, wordt daarmee de toegang voor Gods barmhartigheid gesloten.

En niemand moet hieraan twijfelen. Daarom is Christus door de Vader naar de aarde gezonden met dit bevel: Hij moest het evangelie verkondigen aan armen, mensen met een gebroken hart genezen, gevangenen vrij verklaren, gebondenen verlossen en treurenden troosten. Hij moest hun eer geven in plaats van hun as, olie in plaats van hun droefheid, feestkleding in plaats van hun neerslachtigheid.2 In overeenstemming met dat bevel nodigt Hij alleen mensen uit die vermoeid en belast zijn, om te delen in zijn goedheid.3 En ergens anders zegt Hij: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’4

1Lucas 18:9-14

2Jesaja 61:1-3; Mattheüs 11:5; Mattheüs 11:28; Lucas 4:18

3Mattheüs 11:28

4Mattheüs 9:13

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in