Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.12 – Rechtvaardig voor God 3.12.7 – De gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar

3.12.7 – De gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar

En onze heel goede leermeester was niet tevreden met woorden. Daarom heeft Hij in een gelijkenis als op een schilderij het beeld van oprechte nederigheid voor ons getekend. Want Hij presenteert ons een tollenaar die op een afstand blijft staan en zijn ogen niet naar de hemel durft opheffen, maar luid jammerend bidt: ‘Heer, wees mij, zondaar, genadig!’ We moeten niet denken dat dit tekenen zijn van een gehuichelde bescheidenheid: dat hij niet naar de hemel durft kijken en niet dichterbij durft komen en dat hij zo luid jammert. We moeten beseffen dat dit bewijzen zijn van hoe hij er vanbinnen aan toe is.

Daartegenover plaatst de Heer een farizeeër die God dankt dat hij niet hoort bij de gewone mensen en geen rover is of een onrechtvaardige of een overspelige. Want hij vastte tweemaal per week en gaf tienden van alles wat hij bezat. Hij belijdt openlijk dat zijn rechtvaardigheid een geschenk van God is. Maar omdat hij erop vertrouwt dat hij rechtvaardig is, gaat hij weg van onder Gods ogen zonder dat God blij met hem is en terwijl God hem haat. Maar de tollenaar wordt gerechtvaardigd door zijn erkenning van zijn onrechtvaardigheid. Lucas 18:9-14

Hieraan kun je zien hoe blij God is als we Hem nederig onder ogen komen. Het hart staat dus niet open om zijn barmhartigheid te ontvangen als het niet helemaal leeg is van elke inbeelding dat we het zelf waard zijn. Als zo’n inbeelding ons hart in beslag neemt, wordt daarmee de toegang voor Gods barmhartigheid gesloten.

En niemand moet hieraan twijfelen. Daarom is Christus door de Vader naar de aarde gezonden met dit bevel: Hij moest het evangelie verkondigen aan armen, mensen met een gebroken hart genezen, gevangenen vrij verklaren, gebondenen verlossen en treurenden troosten. Hij moest hun eer geven in plaats van hun as, olie in plaats van hun droefheid, feestkleding in plaats van hun neerslachtigheid. Jesaja 61:1-3; Mattheüs 11:5; 11:28; Lucas 4:18 In overeenstemming met dat bevel nodigt Hij alleen mensen uit die vermoeid en belast zijn, om te delen in zijn goedheid. Mattheüs 11:28 En ergens anders zegt Hij: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaren.’ Mattheüs 9:13

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.