3.12.1 – Gods rechtvaardigheid is de norm

0
74

Uit duidelijke Schriftbewijzen blijkt dat dit allemaal volkomen waar is. Toch zal voor ons pas duidelijk vaststaan hoe nodig dit is, als we ons voor ogen gesteld hebben wat de basis moet zijn voor deze hele uiteenzetting. Daarom moeten we in de eerste plaats in gedachten houden dat het hier niet gaat over een rechtvaardigheid die stand houdt voor een menselijke rechtbank. Nee, het gaat over een rechtvaardigheid die stand houdt voor de hemelse rechterstoel. Hoe zuiver onze daden moeten zijn om te voldoen aan Gods oordeel, moeten we dus niet afmeten aan onze eigen beperkte maatstaf.

Toch is het wonderlijk hoe lichtzinnig dit meestal gedefinieerd wordt. Sterker nog, je ziet zelfs dat de mensen die het brutaalst kletsen en, zeg maar, de grootste mond opzetten over de rechtvaardigheid van onze daden, juist degenen zijn die op een vreselijke manier lijden onder tastbare zonden of die zoveel innerlijke gebreken hebben dat ze ervan barsten. Dat komt doordat ze geen idee hebben van Gods rechtvaardigheid. Want als ze daar ook maar het kleinste besef hadden, zouden ze daar nooit zo de spot mee drijven.

Toch wordt die rechtvaardigheid buitengewoon onderschat als je die niet als zodanig erkent en niet beseft dat ze volmaakt is, dat niets voor haar acceptabel is als het niet in alle opzichten zuiver en volmaakt is en door geen enkele smet bezoedeld wordt. En zoiets heeft men nooit in een mens kunnen vinden en zal men ook nooit in een mens kunnen vinden.

Natuurlijk kan iedereen in de schuilhoeken van de scholen gemakkelijk zomaar het een en ander leuteren over de waarde van hun daden om mensen te rechtvaardigen. Maar wanneer we God onder ogen komen, blijft er van zulk vermaak niets over. Daar wordt dit onderwerp serieus behandeld. Daar wordt geen discussie gehouden voor de lol.

Hier, hier moeten we onze gedachten op richten als we een vruchtbaar onderzoek willen instellen naar de echte rechtvaardigheid: wat moeten we de hemelse rechter antwoorden als Hij ons ter verantwoording roept?

Die rechter moeten we ons niet voorstellen zoals ons verstand zich Hem voorstelt, maar zoals de Schrift Hem tekent: zijn glans verduistert de sterren, zijn kracht laat bergen wegsmelten, zijn toorn laat de aarde beven, zijn wijsheid grijpt verstandigen in hun listen, voor zijn reinheid worden alle dingen onrein, zijn rechtvaardigheid kunnen zelfs de engelen niet verdragen. Wie schuldig is, maakt Hij niet onschuldig. Zijn wraak, eenmaal ontbrandt, dringt door tot in het diepste van de hel.1

Als Hij, zeg ik, klaarzit om de daden van de mensen te onderzoeken – wie zal onbekommerd voor zijn troon gaan staan? ‘Wie kan wonen bij een verterend vuur?’ zegt de profeet Jesaja. ‘Wie kan verblijven bij een eeuwige gloed? Wie rechtvaardig leeft en de waarheid spreekt …’2 Maar laat er maar eens zo iemand tevoorschijn komen, wie het ook is! Nee, het antwoord zorgt er wel voor dat er niemand tevoorschijn komt. Want integendeel, daar klinkt het verschrikkelijke woord: ‘Als U, Heer, let op de zonden, wie, Heer, kan dan bestaan?’3 Inderdaad zou iedereen meteen vergaan, zoals ergens anders geschreven staat: ‘Zou een mens rechtvaardig zijn vergeleken bij God of reiner dan zijn maker? Kijk, zijn dienaren zijn onbetrouwbaar en bij zijn engelen vindt Hij fouten. Dan geldt dat toch zeker voor hen die in lemen huizen wonen, die opgebouwd zijn uit de aarde en die als een mot vermorzeld wordt! Van de morgen tot de avond zullen ze verpletterd worden.’4 En: ‘Kijk, onder zijn heiligen is niemand betrouwbaar en de hemelen zijn niet zuiver in zijn ogen. Dan is de mens toch zeker weerzinwekkend en nutteloos, die onrechtvaardigheid drinkt als water!’5

Ik geef toe dat het boek Job een rechtvaardigheid noemt die uitgaat boven het houden van de wet. En met dat onderscheid moeten we rekening houden. Want ook al zou iemand zich aan de wet houden, dan zou hij toch niet kunnen bestaan voor deze rechtvaardigheid, die elk besef te boven gaat. Zelfs al is Job zich van geen kwaad bewust, toch is hij verslagen en verstomd. Want hij ziet dat God zelfs niet verzoend kan worden door de heiligheid van de engelen, als Hij hun daden in de bovenliggende schaal van de weegschaal zou leggen.

Deze rechtvaardigheid, die ik net noemde, laat ik nu dus liggen, omdat die niet te bevatten is. Ik zeg alleen dat we veel te zorgeloos zijn als we ons leven afmeten aan de meetlat van de geschreven wet en als we dan niet gekweld worden door een verschrikkelijke angst voor al die vervloekingen waarmee God ons heeft willen wakker schudden. Bijvoorbeeld deze vervloeking: ‘Vervloekt is ieder die niet vasthoudt aan alles wat geschreven staat in dit boek!’6

Kortom, heel deze uiteenzetting zal geen enkele zin en geen enkel effect hebben als we ons niet allemaal schuldig stellen voor de hemelse rechter en ons uit eigen beweging neerwerpen en leeg maken uit zorg voor vergeving.

1Job 3:9; Job 9:5-6; Job 5:13; Job 25:5; Job 4:18; Job 9:20; Job 26:6; Deuteronomium 32:22

2Jesaja 33:14-15

3Psalm 130:3

4Job 4:18-20

5Job 15:15-16

6Deuteronomium 27:26

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in