3.11.12 – Osianders bezwaren weerlegt

De lezers moeten er echter op gewezen worden dat ze goed moeten letten op het mysterie dat Osiander – zo pocht hij – voor hen niet verborgen wil houden. Eerst beweert hij lang en breed dat we bij God geen genade krijgen alleen omdat Christus’ genade ons wordt toegekend. Want – ik gebruik zijn eigen woorden – het zou voor God onmogelijk zijn om mensen als rechtvaardig te beschouwen die het niet werkelijk zijn. Vervolgens komt hij tot de conclusie dat Christus ons niet als rechtvaardigheid gegeven is volgens zijn menselijke natuur, maar volgens zijn goddelijke natuur. Deze rechtvaardigheid kan weliswaar alleen gevonden worden in de persoon van de middelaar. Maar toch zou het niet de rechtvaardigheid zijn van een mens, maar van God. Nu vlecht hij zijn touw niet uit twee vormen van rechtvaardigheid. Nee, hij haalt de taak om te rechtvaardigen weg bij de menselijke natuur van Christus. En het is de moeite waard om te zien hoe hij dit beargumenteert. Hij zegt dat in dezelfde passage ook gezegd wordt dat Christus voor ons wijsheid geworden is. 1 Korinthiërs 1:30 En dat slaat alleen op het eeuwige Woord. Dus is Christus onze rechtvaardigheid ook niet als mens.

Mijn antwoord is dat de eniggeboren Zoon van God inderdaad Gods eeuwige wijsheid geweest is, maar dat Paulus Hem hier deze naam op een andere manier toekent: in Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen. Kolossenzen 2:3 Christus heeft ons dus geopenbaard wat Hij bij de Vader had. En dus slaat wat Paulus hier zegt niet op het wezen van Gods Zoon, maar op wat wij daaraan hebben. Daarom is het terecht om dit te laten slaan op Christus’ menselijke natuur. Voordat Hij het vlees aantrok, was Hij weliswaar een licht dat schitterde in de duisternis. Maar dat licht was toen nog verborgen, totdat dezelfde Christus verscheen in de natuur van een mens, als de zon van rechtvaardigheid. Daarom noemt Hij zich het licht voor de wereld. Johannes 8:12

Het is ook een dom bezwaar van Osiander dat de macht om te rechtvaardigen de kracht van zowel engelen als mensen ver te boven gaat. Want die macht is niet gebaseerd op de waardigheid van enig schepsel, maar op Gods bepaling. Als de engelen zin hadden om God genoegdoening te geven, zouden ze daar niets mee bereiken. Want zij zijn daar niet voor bestemd. Alleen de mens Christus was daarvoor bestemd. Hij is onderworpen aan de wet om ons van de vloek van de wet te verlossen. Galaten 3:13; 4:4

Het is ook veel te onbeschaamd dat Osiander lastert dat degenen die ontkennen dat Christus voor ons rechtvaardigheid is volgens zijn goddelijke natuur, slechts één deel van Christus overlaten en – dat is nog erger – twee Goden maken. Want ze erkennen wel degelijk dat Christus in ons woont. Maar toch zeggen ze dat we niet rechtvaardig zijn door de rechtvaardigheid van God. Immers, ik noem Christus de bewerker van het leven, voor zover Hij de dood ondergaan heeft om degene te vernietigen die de macht over de dood had. Hebreeën 2:14 Maar daarmee beroof ik de hele Christus – God geopenbaard in het vlees – toch niet van die eer? Ik maak alleen onderscheid in hoe Gods rechtvaardigheid naar ons toe komt zodat wij ervan kunnen genieten. Op dat punt is Osiander vreselijk uitgegleden.

Ik ontken ook niet dat wat ons in Christus openlijk gegeven wordt, voortkomt uit Gods verborgen genade en kracht. Ook bestrijd ik niet dat de rechtvaardigheid die Christus ons schenkt, Gods rechtvaardigheid is, die van Hem uitgaat. Maar ik houd vol dat we de rechtvaardigheid en het leven krijgen in Christus’ dood en opstanding.

Ik sla dat schandelijke samenraapsel van Schriftpassages maar over, waarmee Osiander zonder onderscheidingsvermogen en zonder gezond verstand de lezers lastigvalt om te bewijzen dat waar het over rechtvaardigheid gaat, zijn wezenlijke rechtvaardigheid bedoeld zou zijn. Bijvoorbeeld als David Gods rechtvaardigheid te hulp roept. Zelfs al doet David dat meer dan honderdmaal, Osiander aarzelt niet om net zoveel uitspraken te vervalsen.

Evenmin steekhoudend is Osianders bezwaar dat rechtvaardigheid in eigenlijke zin correct gedefinieerd wordt als datgene waardoor wij ertoe aangezet worden rechtvaardig te handelen en dat alleen God in ons maakt zowel dat wij het willen als dat wij het uitvoeren. Filippenzen 2:13 Immers, ik ontken niet dat God ons door zijn Geest hervormt tot een heilig en rechtvaardig leven. Maar we moeten in de eerste plaats nagaan of Hij dit doet door zichzelf, zonder middel, of dat Hij het doet door de hand van zijn Zoon, aan wie Hij de volle rijkdom van de Heilige Geest heeft toevertrouwd om met zijn overvloed het gebrek van zijn ledematen te verhelpen. En in de tweede plaats komt rechtvaardigheid inderdaad naar ons toe uit de verborgen bron van het God zijn. Maar dat betekent nog niet dat Christus voor ons rechtvaardigheid is volgens zijn goddelijke natuur. Hij heeft zich omwille van ons geheiligd in het vlees. Johannes 17:19

Net zo flauw is wat Osiander eraan toevoegt: dat Christus zelf rechtvaardig was door Gods rechtvaardigheid. Want als de wil van de Vader Hem niet aangedreven had, zou Hij ook zelf de taak die Hem was opgelegd niet volbracht hebben. Inderdaad heb ik ergens anders gezegd dat alle verdiensten van Christus zelf enkel en alleen voortkomen uit Gods welbehagen. Maar dat heeft niets te maken met deze fantasie waarmee Osiander zijn eigen ogen en die van eenvoudigen betovert. Want wie kan toelaten dat iemand concludeert dat wij in wezen rechtvaardig zijn en het wezen van Gods rechtvaardigheid in ons woont, omdat God de bron en het uitgangspunt van onze rechtvaardigheid is?

Bij het verlossen van zijn kerk, zegt Jesaja, ‘heeft God rechtvaardigheid aangetrokken als een pantser.’ Jesaja 59:17 Maar heeft Hij dat gedaan om Christus te beroven van de wapens die Hij Hem had gegeven, zodat Christus geen volkomen verlosser zou zijn? Nee, de profeet wilde alleen maar zeggen dat God niets van buitenaf gekregen heeft en geen enkel hulpmiddel gebruikt heeft om ons te verlossen.

Paulus heeft dat met andere woorden kort aangeduid, toen hij zei dat God ons gered heeft om zijn rechtvaardigheid te laten zien. Romeinen 3:25-26 Maar dat haalt absoluut niet onderuit wat Paulus ergens anders leert, dat wij rechtvaardig zijn door de gehoorzaamheid van één mens. Romeinen 5:19

Kortom, ieder die een dubbele rechtvaardigheid erbij haalt om te voorkomen dat ellendige zielen rust vinden enkel en alleen in Gods barmhartigheid, drijft de spot met Christus door Hem te kronen met gevlochten kronen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.