3.10.5 – Geduldig gebrek lijden, beheerst genieten van overvloed

0
117

De tweede regel moet zijn dat wie maar beperkte en armzalige middelen heeft, het gemis geduldig moet dragen. Dan wordt hij niet gekweld door een onbeheerste begeerte naar meer. Wie zich aan deze regel houdt, heeft veel geleerd op de school van de Heer. En voor wie op dit punt niet in elk geval iets geleerd heeft, is het lastig om aan te tonen dat hij een leerling van Christus is. Want begeerte naar aardse dingen gaat niet alleen vergezeld van allerlei andere zonden. Wie armoede niet geduldig draagt, laat bij overvloed ook vaak een tegenovergestelde ziekte zien. Ik bedoel: wie zich schaamt voor armoedige kleding, zal trots zijn op kostbare kleren. Wie niet tevreden is met een eenvoudige maaltijd en smacht naar een overvloediger maal, zal daar ook onbeheerst misbruik van maken als het hem ten deel valt. Wie een eenvoudige en nederige positie moeilijk kan verdragen en zich daar druk over maakt, zal zich niet kunnen weerhouden van hoogmoed als hij een eervolle positie krijgt. Ieder die oprecht vroom probeert te zijn, moet dus zijn best doen om, naar het voorbeeld van de apostel Paulus, te leren zowel verzadigd te zijn als honger te hebben, zowel overvloed te hebben als gebrek te lijden.1

De Schrift toetst het gebruik van aardse goede dingen ook nog aan een derde regel. Over die regel heb ik al het een en ander gezegd toen ik de geboden van de liefde behandelde. Want de Schrift stelt vast dat God ons alle goede dingen zo royaal gegeven heeft en voor ons nut heeft bestemd op deze manier: ze zijn ons als het ware in bewaring gegeven en eens moeten we er verantwoording over afleggen. Als we ze beheren, moet ons dus continu in de oren klinken: ‘Leg verantwoording af over je rentmeesterschap!’2 Bovendien moeten we bedenken wie van ons eist dat we zo’n verantwoording afleggen: Hij die onthouding, soberheid, matigheid en zelfbeheersing heeft aanbevolen en overdaad, trots, pracht en praal afkeurt. Hij is met geen enkel beheer tevreden dat niet gepaard gaat met liefde. En elk genot dat de mens kan aftrekken van kuisheid en reinheid of zijn verstand kan verduisteren, heeft Hij al met zijn mond veroordeeld.

1Filippenzen 4:12

2Lucas 16:2

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in