3.10.4 – Genieten moet geen hindernis worden

0
72

Maar er is geen weg zo betrouwbaar of begaanbaar als de weg die voor ons opengaat als we het tegenwoordige leven verachten en nadenken over de hemelse onsterfelijkheid. Want dat leidt tot twee regels. In de eerste plaats: wie deze wereld gebruikt moet dat doen alsof hij haar niet gebruikt, wie een vrouw trouwt moet dat doen alsof hij haar niet trouwt, wie koopt moet dat doen alsof hij niet koopt, zoals Paulus leert.1 En in de tweede plaats: gebrek moeten we kalm en geduldig dragen en overvloed beheerst.

Als je voorschrijft dat je deze wereld moet gebruiken alsof je haar niet gebruikt, maak je niet alleen een eind aan onbeheerst gulzig eten en drinken en aan een te grote verwijfdheid, praalzucht, trots, hoogmoed en eigenwijsheid als het gaat om maaltijden, gebouwen en kleren. Je roeit ook elke zorg en verlangen uit die je zou kunnen afleiden of afhouden van het nadenken over het hemelse leven en van het ijverig zorgen voor je ziel. In het verleden heeft Cato terecht gezegd dat te veel zorgen voor je uiterlijke levenswijze ertoe leidt dat je te weinig zorgt voor goede eigenschappen. En een oud spreekwoord zegt dat wie te veel in beslag genomen wordt door zorg voor het lichaam, meestal zijn ziel verwaarloost.

Dus ook al mag de vrijheid van de gelovigen in uiterlijke zaken niet aan een specifieke norm getoetst worden, toch wordt die vrijheid beperkt door in elk geval deze wet: ze moeten zichzelf zo min mogelijk verwennen. Integendeel, ze moeten continu opletten dat ze zichzelf ertoe zetten elk overbodig vertoon van overvloed af te snijden en elke begeerte naar overdaad bedwingen. Ze moeten dus goed oppassen dat ze van hulpmiddelen geen hindernissen maken.

11 Korinthiërs 7:30-31

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in