3.10.3 – Vleselijke begeerten in toom houden

0
182

Weg dus met die onmenselijke filosofie die alleen toestaat om het geschapene te gebruiken voorzover we het nodig hebben! Want die filosofie is niet alleen zo slecht om ons af te pakken wat God ons in zijn vrijgevigheid toestaat om te gebruiken. Die filosofie kan ook alleen maar overeind blijven als de mens al zijn zintuigen kwijtraakt en een blok hout wordt!

Toch moeten we ons aan de andere kant even ijverig verzetten tegen de begeerte van het vlees. Want als die niet binnen de perken gehouden wordt, treedt hij onbesuisd buiten zijn oevers. En zoals ik zei, er zijn aanhangers van de begeerte van het vlees die onder het mom van legitieme vrijheid maar alles willen toestaan.

Een eerste teugel om die begeerte in toom te houden is het besef dat alle dingen voor ons geschapen zijn met dit doel: dat we de gever leren kennen en dankbaar zijn goedheid tegenover ons erkennen. Maar waar blijft je dankbaarheid als je zo schrokt en zuipt dat je óf afstompt, óf niet meer in staat bent de plichten van de vroomheid of de taak waartoe je geroepen bent te vervullen? Hoe kun je God erkennen als je vlees door een te grote overvloed overkookt in schandelijke wellust en je geest door zijn onreinheid zo aantast dat je niet eens meer kunt zien wat goed of fatsoenlijk is? Waar blijft onze dankbaarheid aan God als onze kleren zo kostbaar versierd zijn dat we onszelf erom bewonderen en anderen negeren? Als onze kleren zo elegant en schitterend zijn dat ze ons aanzetten tot onzedelijk gedrag? Hoe kunnen we God erkennen als ons hart gehecht is aan prachtige kleren?

Velen maken al hun zinnen zo tot slaven van genot dat hun geest er onder bedolven raakt. Velen gaan zo op in marmer, goud en schilderijen dat ze als het ware marmer worden, in metaal veranderen en op geschilderde figuren gaan lijken. Anderen raken zo bedwelmd door de walm uit de keuken of door heerlijke geuren dat ze niets geestelijks meer kunnen ruiken. En hetzelfde kun je ook in andere dingen zien.

Daarom staat wel vast dat bandeloos misbruik hierin in elk geval een beetje in toom gehouden moet worden. En dat bevestigt de regel van Paulus dat we niet voor ons vlees moeten zorgen om de begeerten van het vlees te vervullen.1 Want als we daar te snel aan toegeven, breken ze zonder beperking of beheersing los.

1Romeinen 13:14

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in