3.10.1 – Vrijheid, maar geen losbandigheid

0
182

Door zulke basale lessen leert de Schrift ons tegelijk ook heel duidelijk hoe we de goede dingen van het aardse leven op de juiste manier moeten gebruiken. Dat is een onderwerp dat we absoluut niet mogen negeren als we ons leven inrichten. Want als we moeten leven, moeten we ook de hulpmiddelen gebruiken die we voor dat leven nodig hebben. En evenmin kunnen we die dingen vermijden die vooral genot opleveren en niet echt nodig lijken. We moeten ons dus houden aan een norm. Dan kunnen we die hulpmiddelen met een zuiver geweten gebruiken, of we dat nu doen omdat het nodig is, of om ervan te genieten.

God schrijft ons die norm voor in zijn Woord, als Hij leert dat het tegenwoordige leven voor de zijnen een buitenlandse reis is. Via het tegenwoordige leven trekken ze naar het hemelse koninkrijk.1 Als we slechts op doortocht zijn over de aarde, moeten we de goede dingen van de aarde natuurlijk alleen gebruiken voorzover ze ons verder helpen en ze onze reis niet vertragen. Terecht raadt Paulus ons daarom aan dat we van deze wereld gebruik moeten maken alsof we er geen gebruik van maken en dat het voor ons gevoel niet uit moet maken of we bezit kopen of verkopen.2

Maar dit is glibberig terrein en met aan beide zijden steile afgronden. Daarom moeten we goed opletten dat we onze voeten stevig neerzetten op een plek waar je veilig kunt staan.

Er zijn mannen geweest – verder goede en heilige mannen – die zagen dat een onbeheerste hang naar overdaad continu uitbreekt door een tomeloze wellust, als die niet streng in bedwang gehouden wordt. Dit gevaarlijke kwaad wilden ze graag corrigeren. De enige manier die ze voor deze correctie konden bedenken, was dat ze de mens toestonden fysieke goede dingen te gebruiken voorzover dat nodig was. Dat was inderdaad een vroom advies. Maar ze waren veel te streng. Want ze bonden het geweten met strakkere banden dan Gods Woord doet. En dat is heel gevaarlijk! Bovendien betekende hun eis dat iets nodig moet zijn, dat je alles moet afwijzen wat je maar kunt missen. Anderen waren zelfs nog strenger. Over de filosoof Krates van Thebe wordt bijvoorbeeld verteld dat hij zijn schatten in zee wierp, omdat hij dacht dat als die schatten niet vernietigd werden, hijzelf door die schatten vernietigd zou worden.

Maar tegenwoordig vinden velen het vanzelfsprekend dat deze vrijheid door geen enkele norm beperkt mag worden en dat je het aan ieders eigen geweten moet overlaten hoeveel hij zelf denkt dat hij mag gebruiken. Ik ben het daar absoluut niet mee eens! Ze zoeken alleen maar een excuus voor hun vlees om de uiterlijke dingen onbeheerst te kunnen gebruiken en ondertussen willen ze de weg banen voor de losbandigheid van hun vlees. Ik geef toe dat het geweten op dit punt niet mag en niet kan worden gebonden aan bepaalde exacte wettelijke voorschriften. Maar de Schrift geeft wel algemene richtlijnen voor een legitiem gebruik. Vast en zeker moeten we ons gebruik daar dus aan toetsen.

1Leviticus 25:23; 1 Kronieken 29:15; Psalm 39:13; Psalm 119:19; Hebreeën 11:8-16; Hebreeën 13:14; 1 Petrus 2:11

21 Korinthiërs 7:30-31

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in