22.2 – De heiligheid van Christus

0
4

Op dezelfde manier waarop God in het Nieuwe Verbond voor zijn volk de gerechtigheid in Christus heeft geleverd, heeft Hij hun ook in zijn geliefde Zoon de heiligheid geschonken. Christus is op dezelfde manier en in dezelfde zin onze heiligheid als Hij onze wijsheid, onze verlossing is. Nu had Hij allereerst deel aan een persoonlijke heiligheid, want anders had Hij voor ons geen heiligheid kunnen verwerven. Wat in Maria van de Heilige Geest ontvangen en uit haar geboren werd, was het Heilige en ontving de naam Zoon van God. Luk. 1:35 Later ontving Hij bij de doop de Heilige Geest zonder mate en was Hij vol van de Heilige Geest. Luk. 3:22, 4:1 Bezetenen erkenden Hem als de Heilige van God Mar. 1:24, Luk. 4:34 en de leerlingen beleden door de mond van Petrus: ‘Heer, naar wie zullen wij gaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven en wij hebben geloofd en erkend dat U de Heilige van God bent.’ Joh. 6:69 (volgens een andere lezing) In Handelingen spreekt dezelfde apostel over Hem als Gods heilig kind (of Gods heilige knecht) Hand. 4:27, vg. 3:14 en in Openbaring noemt Hij zich zelf de Heilige en de Waarachtige. Op. 3:9 Zoals Christus zelf zich bewust was van zijn zondeloosheid, Mat. 12:50, Joh. 4:34, 8:46 zo zeggen ook al zijn apostelen dat Hij geen onrecht gedaan heeft en dat er geen bedrog in zijn mond is geweest. 2 Kor. 5:21, Heb. 4:15, 7:26, 1 Pet. 1:19, 2:22, 3:18, 1 Joh. 2:1, 3:5

Er moet echter bij Christus onderscheid worden gemaakt tussen de heiligheid die Hij van nature bezat en de heiligheid die Hij door zijn volmaakte gehoorzaamheid verwierf. Zijn heilige ontvangenis en geboorte had in de eerste plaats als nut dat Hij onze Middelaar kon zijn (Heidelbergse Catechismus antwoord 16), maar in de tweede plaats ook nog als waarde dat Hij, doordat Hij al vanaf het ogenblik van de ontvangenis onze Middelaar was, met zijn onschuld en volkomen heiligheid de zonde, waarin wij ontvangen en geboren worden, voor Gods aangezicht bedekt (Heidelbergse Catechismus antwoord 36). De heiligheid waarin Hij geboren werd, werd meteen door Hem een bestanddeel gemaakt van de heiligheid die Hij heel zijn leven door tot in zijn dood toe voor zijn gemeente moest verwerven. Immers, de Vader heeft Hem al door zijn komst in het vlees geheiligd, gewijd voor het middelaarsambt en Hem juist daarom en daarvoor in de wereld gezonden. Joh. 10:36 En Christus zelf heeft zich geheiligd en zich aan de wil van zijn Vader overgegeven voordat Hij in Maria ontvangen en geboren werd. Zijn vleeswording was al een volbrenging van de wil van de Vader, een daad van heiliging. Heb. 10:5-9 Het was niet genoeg dat Christus heilig was. Hij moest zich heiligen van zijn ontvangenis af tot in zijn stervensuur toe.

Als Middelaar werd Hij immers onderworpen aan de zwaarste beproevingen en verzoekingen, vooral nadat Hij de doop ontvangen had, met de Heilige Geest was gezalfd en zijn ambt in het openbaar begon uit te oefenen. De verzoeking waarvan wij in de evangeliën lezen, was het begin van een leven vol strijd. Nadat die voltooid was, verliet de duivel Hem slechts voor een tijd. Luk. 4:13 Wij kunnen ons van deze verzoekingen geen voorstelling maken, maar er staat uitdrukkelijk dat Hij de broeders in alles gelijk is geworden en in alle dingen verzocht is zoals wij, maar zonder zonde. Heb. 2:17, 4:15 Er is geen zwakheid bij ons of Hij kent die en geen verzoeking of Hij kan ons erin te hulp komen. Maar terwijl wij ieder ogenblik bezwijken, bleef Hij tot het einde toe trouw. Hij werd in alles verzocht, maar zonder zonde. Hij werd gehoorzaam tot de dood, ja tot de kruisdood. Fil. 2:8 Hij bad niet of de dood hem bespaard mocht blijven, maar Hij smeekte wel met luid geroep en onder tranen tot degene die Hem uit de dood verlossen kon, of Hij in het lijden staande mocht blijven en door de dood heen het leven mocht verwerven. En Hij werd in die bede verhoord. Heb. 5:7

Maar hoewel Hij de Zoon was, moest Hij toch gehoorzaamheid leren door wat Hij leed. Heb. 5:8 Hij was gehoorzaam vanaf het begin en Hij wilde gehoorzaam zijn. De wil van de Vader doen was zijn voedsel. Joh. 4:34 Maar Hij ontving in het lijden de gelegenheid om die gehoorzaamheid te tonen. Hij moest door het lijden heen zijn gezindheid en wil om te gehoorzamen laten overgaan in de daad. Zo werd Hij door het lijden geheiligd, Heb. 2:11, 5:9 dat is: niet geheiligd in morele zin, maar voltooid, gebracht tot het doel dat Hij beoogde, vanwege het lijden van de dood met eer en heerlijkheid gekroond, Heb. 2:9, 12:2 gevormd tot de hoogste Leidsman van de zaligheid van Gods kinderen en tot de Voltooier van hun geloof. Heb. 2:10, 12:2 Door met het oog op de vreugde die Hem na zijn vernedering zou wachten, het kruis te verdragen en de schande te verachten, is Hij de aanvoerder, de voorganger, de werkmeester geworden van de zaligheid van de zijnen en tegelijk degene die in hen het geloof begint en voltooit. Door zichzelf langs de weg van de gehoorzaamheid te voltooien, door de heerlijkheid aan de rechterhand van de Vader niet anders te zoeken dan door de diepste vernedering heen, is Hij voor allen die Hem gehoorzaam zijn een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden. Heb. 5:9 Hij heiligde zichzelf, gaf zich als een offer over in de dood, opdat zijn leerlingen geheiligd mochten worden in de waarheid. Joh. 17:19 En zo is Hij ons van God gegeven als onze heiligheid. 1 Kor. 1:30

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in