Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.58 – Er bestaat geen onderscheid tussen vergeeflijke en dodelijke zonden

2.8.58 – Er bestaat geen onderscheid tussen vergeeflijke en dodelijke zonden

En dit is net zoiets: de scholastici noemen een verborgen goddeloosheid die in strijd is met de eerste tafel of een regelrechte overtreding van het laatste gebod een vergeeflijke zonde. Want een vergeeflijke zonde definiëren ze zo: het is een begeerte zonder weloverwogen toestemming, die maar kort in het hart verblijft. Maar volgens mij kan zo’n begeerte het hart alleen binnenkomen als daar ontbreekt wat de wet eist.

Het is ons verboden om andere goden te hebben. Maar soms wordt onze geest geschokt door de listen van ons wantrouwen. Dan kijken we ergens anders heen en worden onze gedachten plotseling bevangen door een begeerte om ons geluk elders te zoeken. Hoe ontstaan die, weliswaar vluchtige, gemoedsbewegingen anders dan doordat er in onze ziel een lege plek is die ontvankelijk is voor zulke verleidingen? En om mijn argumentatie niet langer te rekken, het gebod zegt dat we God moeten liefhebben met heel ons hart, heel ons verstand en heel onze ziel. Als we dus niet alle vermogens van onze ziel inzetten om God lief te hebben, dan zijn we al niet meer gehoorzaam aan de wet. Want dan staat de troon van God niet stevig genoeg in ons geweten. Dat blijkt wel omdat er in onze ziel vijanden opstaan tegen zijn koninkrijk, die zich tegen zijn bevelen verzetten.

Ik heb laten zien dat het laatste gebod juist hierover gaat. Wordt ons hart geprikkeld door een of ander verlangen? Dan maken we ons al schuldig aan begeerte en daarmee hebben we meteen de wet overtreden. Want de Heer verbiedt ons niet alleen om plannen te beramen waarmee je een ander benadeelt. Hij verbiedt ook dat we door begeerte geprikkeld worden of dat we van begeerte branden. En als we de wet overtreden, rust altijd Gods vloek op ons. Er is dus geen enkele reden om voor ook maar de kleinste begeerte een uitzondering te maken op het doodvonnis.

Augustinus zegt: ‘Als we de zonden afwegen, moeten we geen valse weegschaal meebrengen om daarop af te wegen wat wij willen en wat ons goed lijkt en dan zeggen: dit is zwaar, dat is licht. We moeten Gods weegschaal meebrengen uit de Heilige Schrift, als uit het magazijn van de Heer. Met die weegschaal moeten we afwegen wat het zwaarst is. Of beter: we moeten zelf niets afwegen, maar alleen aflezen wat de Heer heeft afgewogen.’1

En wat zegt de Schrift dan? Paulus noemt de dood het loon voor de zonde. Romeinen 6:23 Daaruit blijkt dat hij dit walgelijke onderscheid echt niet kende. En we zijn allemaal geneigd tot huichelen. Daarom hadden de scholastici dit bedwelmende middel zeker niet moeten gebruiken om mensen met een laks geweten te sussen.

1Augustinus, De baptismo contra Donatistas II, 6,9.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.