Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.50 – Niets mag onze liefde in de weg zitten

2.8.50 – Niets mag onze liefde in de weg zitten

Een dergelijke oprechtheid eist God niet voor niets. Want wie kan ontkennen dat alle vermogens van de ziel door liefde beheerst horen te worden? En als één vermogen van de ziel afdwaalt van de liefde, wie kan dan ontkennen dat de ziel ziek is? Bovendien, hoe komt het dat er in je hart begeerten opkomen die nadelig zijn voor je broeder? Hoe komt dat anders dan doordat je hem negeert en alleen aan jezelf denkt? Want als heel je hart doortrokken was van liefde, zou geen enkel stukje van je hart openstaan voor zulke gedachten. Voor zover je hart dit soort begeerten toelaat, moet het dus wel zonder liefde zijn.

Misschien werpt iemand tegen dat het ongepast is om ideeën die je zomaar in gedachten komen en vanzelf weer verdwijnen, te veroordelen als begeerten. Want begeerte huist in het hart. Mijn antwoord is dat het hier gaat over ideeën die tijdens hun verblijf in je gedachten tegelijk het hart bijten en slaan met begeerte. Want er komt nooit een verlangen op in onze gedachten of het hart springt enthousiast op.

God gebiedt ons dus een ontzagwekkend vuur van liefde. Hij wil dat zelfs niet gehinderd zien door de kleinste vonkjes van begeerte. Hij eist een wonderbaarlijk hart. Hij accepteert zelfs niet dat de lichtste prikkels het aanzetten tot iets dat in strijd is met de wet van liefde. Augustinus was de eerste die mij tot dit inzicht gebracht heeft. Denk dus niet dat dit inzicht geen solide basis heeft.

Maar omdat de Heer elke slechte begeerte wilde verbieden, heeft Hij als voorbeeld de dingen genomen die ons meestal verleiden door hun valse schijn van aantrekkelijkheid. De Heer laat voor begeerte helemaal niets over, want Hij ontneemt de begeerte juist die dingen waar de begeerte het meest gek op is en het hoogst van oplaait.

Tot zover de tweede tafel van de wet. We zijn nu voldoende gewaarschuwd wat we verplicht zijn aan de mensen, omwille van God. Rekening houden met God is een voorwaarde voor heel het wezen van de liefde. Daarom prent je je alle plichten die in deze tafel geleerd worden tevergeefs in, als je die leer niet laat rusten op het fundament van je vrees en eerbied voor God.

Er zijn mensen die in het verbod over het begeren twee geboden zien. Onterecht snijden ze in tweeën wat één geheel vormt. Maar een verstandige lezer ziet dat ook wel in zonder dat ik het zeg. Het maakt niets uit dat de woorden: ‘Je mag niet begeren,’ nog een keer herhaald worden. Want nadat God het huis genoemd heeft, somt Hij vervolgens de onderdelen van dat huis op, te beginnen met de vrouw. Daaruit blijkt duidelijk dat je in één zin moet doorlezen, zoals de Joden terecht doen. De kern van wat God beveelt, is dat ieders bezit onaangetast en ongedeerd moet blijven. Niet alleen onrecht of verlangen naar bedrog moeten eraf blijven. Ook de kleinste begeerte die ons hart verstoort, mag er niet aankomen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.