2.8.5 – We mogen geen geboden aan de wet toevoegen

0
474

Verder maakt de Heer de norm die Hij gaat geven voor volmaakte rechtvaardigheid in alle opzichten afhankelijk van zijn wil. Dat maakt duidelijk dat niets Hem zoveel plezier doet als gehoorzaamheid. Dat moeten we extra goed tot ons laten doordringen. Want het menselijk verstand is zo losbandig, dat het sterk geneigd is om steeds weer andere vormen van godsdienst te bedenken om bij God in de gunst te komen. Deze antigodsdienstige nepgodsdient heeft zich alle eeuwen door gemanifesteerd en manifesteert zich nog steeds. Want die zit van nature in de menselijke geest ingebakken. Mensen willen graag een manier verzinnen om buiten Gods Woord om aan rechtvaardigheid te komen.

Vandaar dat onder wat de publieke opinie als goede daden beschouwt, maar weinig plaats is ingeruimd voor de geboden van de wet. Terwijl bijna alle ruimte wordt opgeslokt door de ontelbaar grote hoop geboden van mensen. Maar toen Mozes de wet afkondigde, zei hij tegen het volk: ‘Luister aandachtig naar alles wat ik jullie gebied. Dan zal het jullie en jullie kinderen na jullie voor eeuwig goed gaan, als jullie gedaan hebben wat goed en juist is in de ogen van de HEER, jullie God. Doe alleen wat ik jullie gebied. Voeg er niets aan toe en doe er niets vanaf.’ Deuteronomium 12:28-32 (12:28-13:1) Wat was daarmee zijn bedoeling anders, dan het volk ervan weerhouden om zelf geboden te bedenken?

Eerder had Mozes verklaard dat het volk in de ogen van de andere volken wijs en verstandig was om deze reden: het had de oordelen, bepalingen en rituelen van de Heer gekregen. En toen had hij daaraan toegevoegd: ‘Pas dus goed op dat jullie de woorden niet vergeten die jullie ogen gezien hebben en dat ze nooit uit jullie hart wijken.’ Deuteronomium 4:5-9

God voorzag namelijk dat de Israëlieten nadat ze de wet gekregen hadden, het daar niet bij zouden laten. Ze zouden boven op de wet nog nieuwe bepalingen voortbrengen, tenzij ze streng zouden worden tegengehouden. Daarom verkondigt Mozes dat de wet de rechtvaardigheid volmaakt omvat. Toch hebben de Israëlieten zich van die streng verboden brutaliteit niet laten weerhouden.

Maar wij dan? Vast en zeker houdt dit woord ook voor ons een beperking in. Want er is geen twijfel aan: het woord waarmee de Heer claimt dat de leer van de rechtvaardigheid volmaakt is, geldt voor eeuwig. Toch zijn wij met die leer niet tevreden. Op een monsterlijke manier doen we ons best om de ene goede daad na de andere te verzinnen en te fabriceren.

De beste remedie voor deze fout is dat we continu bedenken: de wet is ons door God gegeven om ons de volmaakte rechtvaardigheid te leren. In de wet wordt geen andere rechtvaardigheid geleerd, dan de rechtvaardigheid die overeenkomt met de normen van Gods wil. Dus is het vergeefse moeite om nieuwe vormen van goede daden te verzinnen om bij God in de gunst te komen. Want de juiste manier om Hem te dienen bestaat alleen uit gehoorzaamheid. Sterker nog, goede daden zoeken buiten Gods wet om is een onacceptabele ontheiliging van Gods echte rechtvaardigheid.

Augustinus heeft dan ook helemaal gelijk als hij gehoorzaamheid aan God soms de moeder en hoeder en soms de oorsprong van alle goede eigenschappen noemt.1

1Augustinus, De civitate Dei XIV, 12.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in