2.8.47 – Het negende gebod

Je mag niet vals getuigen, tegen je naaste.

De bedoeling van dit gebod is dat God liegen heel erg vindt. Exodus 20:16 Hij is de waarheid en daarom moeten wij zonder bedrog onder elkaar de waarheid in praktijk brengen. De kern is dus dat we niet door laster van valse beschuldigingen iemands goede naam mogen aantasten of hem door leugens schade mogen toebrengen in zijn bezit, kortom, dat we niemand mogen kwetsen doordat we graag kwaadspreken of de spot met iemand drijven. Aan dit verbod is het bevel gekoppeld dat we iedereen zoveel mogelijk trouw moeten helpen om de waarheid te bevestigen en om zijn naam en bezit ongeschonden te bewaren.

Het lijkt erop dat de Heer de betekenis van dit gebod heeft willen uitleggen met deze woorden: ‘Je mag geen vals gerucht verspreiden en een goddeloze niet de hand reiken om voor hem vals te getuigen.’ Exodus 23:1 En: ‘Vlucht weg van de leugen.’ Exodus 23:7 En als Hij ons ergens anders afhoudt van de leugen, wil Hij niet alleen dat we onder het volk niet lasteren en roddelen, maar ook dat niemand zijn broeder bedriegt. Leviticus 19:11-16 Door aparte geboden verbiedt Hij allebei.

Er is absoluut geen twijfel aan dat God hier onze leugenachtigheid in toom houdt, zoals Hij in de voorgaande geboden paal en perk gesteld heeft aan onze wreedheid, onkuisheid en hebzucht. En zoals ik net heb uitgelegd, bestaat die leugenachtigheid uit twee onderdelen. Want we vergrijpen ons aan de goede naam van onze naaste, opzettelijk of door te roddelen. Of we schaden zijn belangen door te liegen en soms ook door kwaad van hem te spreken.

Nu maakt het niets uit of je van mening bent dat het hier gaat over een officieel getuigenis voor de rechtbank, of dat je vindt dat het hier gaat om een gewoon getuigenis dat je in privé-gesprekken uitspreekt. Want ook nu weer: van elke categorie zonden wordt één specifieke zonde als voorbeeld genomen voor de rest. En dan het liefst de zonde waaruit het duidelijkst blijkt hoe erg die zonde is. Het is trouwens ook beter om dit gebod meer in het algemeen te laten slaan op laster en stiekem geroddel, waardoor je het je naaste ten onrechte moeilijk maakt. Want vals getuigen voor de rechtbank gaat nooit zonder meineed. En over meineed heb ik bij de bespreking van het derde gebod al genoeg gezegd, omdat daarbij Gods naam ontheiligd en geschonden wordt.

Om dit gebod goed op te volgen moet je dus zowel de goede naam als de belangen van je naaste dienen door met je mond de waarheid te spreken. Hoe redelijk dat is, is overduidelijk. Want een goede naam is kostbaarder dan welke schat ook. Daarom brengt het aantasten van zijn naam een mens meer schade toe dan het aantasten van zijn bezit. En als je iemands bezit rooft, is een vals getuigenis vaak effectiever dan losse handen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.