Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.46 – Hebzucht, vrijgevigheid en het doen van je plicht

2.8.46 – Hebzucht, vrijgevigheid en het doen van je plicht

We gehoorzamen dus aan dit gebod zoals het hoort als we tevreden zijn met ons lot en niet meer winst proberen te halen dan fatsoenlijk en legitiem is. Als we niet door middel van onrecht rijk willen worden en niet proberen onze naaste van zijn vermogen te ontdoen, om ons eigen vermogen te laten groeien. Als we er niet op uit zijn om op een wrede manier rijkdommen te vergaren, door anderen tot bloedens toe uit te knijpen. Als we niet op alle mogelijke manieren, recht of krom, als een bezetene bezit bijeenschrapen om onze hebzucht te stillen of onze spilzucht te bevredigen.

Maar aan de andere kant moeten we er voortdurend op uit zijn iedereen zoveel mogelijk met raad en daad trouw bij te staan bij het bewaren van wat van hen is. En als we te maken krijgen met onbetrouwbare mensen en bedriegers, dan moeten we liever iets afstaan van wat van ons is, dan dat we ons tegen hen verzetten. Mattheüs 5:39-42 En dat niet alleen. Maar als we zien dat mensen door moeilijkheden in het nauw komen, moeten we hun behoeften met hen delen en onze overvloed gebruiken om hun gebrek te verlichten.

Ten slotte moet ieder erop letten welke verplichtingen hij heeft tegenover een ander en dat hij trouw betaalt wat hij schuldig is. Zo moet het volk ieder die boven hen gesteld is, eren, hun gezag bereidwillig accepteren, hun wetten en bevelen gehoorzamen en niets weigeren wat gedaan kan worden zonder dat God het afkeurt. Romeinen 13:1-7; 1 Petrus 2:13-14; Titus 3:1 Aan de andere kant moeten zij die boven hen gesteld zijn voor hun onderdanen zorgen, de openbare orde bewaren, de goeden beschermen, de slechten in toom houden en alles regeren in het besef dat ze er voor God, de hoogste rechter, verantwoording van moeten afleggen hoe ze hun taken vervuld hebben.

De dienaren van de kerken moeten zich trouw wijden aan de bediening van het Woord. Ze mogen de leer van het behoud niet vervalsen, maar moeten die leer zuiver en ongeschonden onderwijzen aan Gods volk. 2 Korinthiërs 2:17 En ze moeten het volk niet alleen onderwijzen door de leer, maar ook door het voorbeeld van hun eigen leven. En ten slotte moeten ze het volk leiden zoals goede herders hun schapen leiden. 1 Petrus 5:2-3 Het volk op zijn beurt moet hen aanvaarden als boodschappers en afgezanten van God. Ze moeten hun de eer geven die de hoogste meester hen waard gekeurd heeft. En ze moeten voorzien in hun levensbehoeften. Mattheüs 10:9-15; 1 Korinthiërs 9:14; 1 Timotheüs 5:17-18

Ouders moeten hun kinderen aanvaarden als een taak die God hun heeft toevertrouwd. Ze moeten hen onderhouden, regeren en onderwijzen. Ze mogen hen niet verbitteren en van zich vervreemden door te streng tegen hen te zijn. Ze moeten hen met gepaste toegeeflijkheid en verdraagzaamheid koesteren en omhelzen. Efeziërs 6:4; Kolossenzen 3:21 Ik heb eerder al gezegd dat kinderen verplicht zijn hen ook te gehoorzamen.

Jongeren moeten eerbied bewijzen aan mensen op hoge leeftijd. Want de Heer heeft gewild dat ouderdom eerbiedwaardig is. Ouderen hebben meer inzicht en ervaring dan de jeugd. Daarom moeten zij de jeugd leiden in hun zwakheid. Ze moeten hen niet met harde en felle kritiek op de huid zitten, maar ze moeten hun strengheid binnen de perken houden door vriendelijk en behulpzaam te zijn.

Knechten moeten laten zien dat ze hun heren ijverig en graag gehoorzamen. En dat niet voor het oog, maar vanuit het hart, alsof ze God zelf dienen. Meesters mogen zich tegenover hun knechten ook niet gedragen als iemand die snel boos en moeilijk tevreden te stellen is. Ze moeten hun knechten juist erkennen als hun broeders en collega-knechten in dienst van de Heer van de hemel. Ze moeten elkaar wederzijds liefhebben en vriendelijk behandelen. Efeziërs 6:5-9; Kolossenzen 3:22-25; 4:1; Filemon 1:16

Zo, zeg ik, moet ieder nagaan wat hij in zijn positie zijn naasten verschuldigd is. En hij moet zijn schuld betalen. Bovendien moeten we altijd onze aandacht richten op de wetgever. Dan weten we dat deze regel zowel voor de ziel als voor onze handen geldt. Zowel onze ziel als onze handen moeten we gebruiken om het belang van anderen te beschermen en te bevorderen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.