2.8.44 – Zelfbeheersing en fatsoen

Verder mogen echtgenoten weten dat de Heer hun seksuele gemeenschap gezegend heeft. Maar dat moet voor hen een waarschuwing zijn dat die gemeenschap niet bezoedeld mag worden door onbeheerste of bandeloze wellust. Het fatsoen van het huwelijk bedekt weliswaar de schande van de bandeloosheid. Maar het huwelijk mag je daarom nog niet aanzetten tot bandeloosheid. Daarom moeten echtgenoten niet denken dat ze alles maar mogen. Iedere man moet beheerst met zijn vrouw omgaan en iedere vrouw met haar man. Ze moeten in hun doen en laten niets toelaten dat ongepast is voor het fatsoen en de zelfbeheersing van het huwelijk. Want op die manier moet een huwelijk dat in de Heer gesloten is, hen terugbrengen tot matigheid en ingetogenheid. Het huwelijk mag niet overstromen in extreme losbandigheid. Ambrosius heeft dit soort lichtzinnigheid met een streng maar terecht vonnis gebrandmerkt. Hij zei dat wie zich in zijn huwelijksleven niet druk maakt om schaamte of fatsoen, ontucht pleegt met zijn vrouw.1

Laten we ten slotte bedenken wie deze wetgever is die ontucht veroordeelt: degene die ons volledig in bezit moet hebben en daarom het recht heeft om van ons te eisen dat onze ziel, onze geest en ons lichaam ongeschonden zijn. Als Hij ontucht verbiedt, verbiedt Hij dus tegelijk ook dat we een aanslag plegen op de kuisheid van een ander door ons lichtzinnig uit te dossen, ons obsceen te gedragen of door vuile taal uit te slaan. Niet voor niets zei Archelaüs tegen een jongeman die buitensporig verwijfd en sierlijk gekleed ging dat het niet uitmaakte in welk opzicht hij losbandig was. We moeten erop letten dat God alle onreinheid verafschuwt, in welk deel van de ziel of het lichaam die zich ook manifesteert. En om aan alle twijfel een eind te maken, moeten we bedenken dat God hier kuisheid aanbeveelt. Als de Heer kuisheid van ons eist, veroordeelt Hij alles wat daarmee in strijd is. Als je gehoorzaam wilt zijn, mag je dus niet binnen in je hart branden van slechte begeerten. Je mag je ogen niet de kost geven om verdorven verlangens op te wekken. Je mag je lichaam niet verleidelijk uitdossen. Je mag met je tong geen onreine woorden spreken om de geest te prikkelen tot onreine gedachten. En je mag zulke gedachten ook niet laten ontbranden door gulzigheid. Want dat soort fouten zijn allemaal vlekken die zuivere kuisheid besmeuren.

1Ambrosius van Milaan geciteerd in Augustinus, Contra Iulianum II, 7,20.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.