2.8.42 – Slechts een enkeling heeft de gave van onthouding gekregen

0
156

Door de toestand van onze natuur en door de wellust die na de val ontbrand is, hebben we seksuele gemeenschap met een vrouw dubbel zo hard nodig. Behalve degenen die God door een speciale genade daarvan heeft uitgezonderd. Daarom moet ieder opletten welke gave hij gekregen heeft. Ik geef toe dat maagdelijkheid een eigenschap is waar je niet op moet neerkijken. Maar sommigen hebben die eigenschap niet gekregen en anderen alleen tijdelijk. Wie door gebrek aan zelfbeheersing wordt gekweld en de strijd niet kan winnen, moet daarom zijn toevlucht nemen tot de hulp die het huwelijk biedt. Zo moet hij de kuisheid dienen op de manier die past bij de positie waarin hij geroepen is. Want als je dit niet begrijpt1 en niet het aangeboden en toegestane middel gebruikt om je bandeloosheid te hulp te komen, ga je in tegen God. Dan ben je ongehoorzaam aan zijn bepaling.

En nu moet niemand mij tegenwerpen dat je met Gods hulp alles kunt. Velen zeggen dat tegenwoordig. Echter, Gods hulp staat alleen degenen bij die zijn wegen volgen, dat wil zeggen, degenen die gehoor geven aan zijn roeping. Maar je onttrekt je aan Gods roeping als je zijn hulpmiddelen negeert en met een ongefundeerde overmoed je behoeften probeert te overwinnen.

De Heer verzekert dat de gave van onthouding een speciale gave van God is. Het is een van de gaven die niet zonder onderscheid aan het hele lichaam van de kerk worden gegeven, maar alleen aan enkele leden.2 Want Hij heeft het in de eerste plaats over een categorie mensen die zichzelf gecastreerd hebben om het koninkrijk van de hemel. Dat wil zeggen: om minder gebonden te zijn en zich vrijer te kunnen wijden aan de dingen van het hemelse koninkrijk. Maar niemand moet denken dat mensen zelf in staat zijn om zich zo te castreren. Daarom had Hij kort daarvóór duidelijk gemaakt dat niet ieder dat vermogen heeft, maar alleen degenen aan wie het speciaal uit de hemel gegeven is. En dan sluit Hij af met: ‘Laat wie het kan begrijpen, het begrijpen.’ Paulus bevestigt het nog duidelijker als hij schrijft dat ieder zijn eigen gave van God gekregen heeft. De een deze, de ander die.3

1Mattheüs 19:11

2Mattheüs 19:12

31 Korinthiërs 7:7

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in