Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.37 – De belofte van een lang leven is een teken van Gods genade

2.8.37 – De belofte van een lang leven is een teken van Gods genade

Als aanbeveling wordt er een belofte bijgevoegd. Die moet ons extra duidelijk maken hoe blij God is als je onderdanig bent zoals Hij hier beveelt. Want Paulus gebruikt deze prikkel om ons in onze laksheid aan te sporen als hij zegt dat dit het eerste gebod is met een belofte. Efeziërs 6:2 Immers, de belofte die voorafging aan de eerste tafel, was geen speciale belofte die voor één gebod gold, maar een algemene belofte voor de hele wet.

Deze belofte moeten we als volgt opvatten: de Heer had het tegen de Israëlieten specifiek over het land dat Hij hun beloofd had als hun erfdeel. Het bezit van dat land was de waarborg van Gods welwillendheid. Dan is het dus niet vreemd als de Heer zijn genade wil tonen door een lang leven te geven. Want zo konden de Israëlieten lange tijd de vruchten plukken van zijn gulheid. De betekenis is dus: eer je vader en je moeder, dan mag je een lang leven lang genieten van de vruchten van het land dat je in bezit hebt als bewijs van mijn genade.

Maar voor de gelovigen is de hele aarde gezegend. Daarom beschouwen we terecht het tegenwoordige leven als een zegen van God. En daarom is deze belofte ook op ons van toepassing. Want als wij nu een lang leven hebben, is dat voor ons een bewijs van Gods welwillendheid. Zo’n lang leven wordt ons niet beloofd – en werd ook de Joden niet beloofd – alsof daarin het geluk lag. Het is voor vrome mensen altijd alleen maar een symbool van Gods welwillendheid. Je ziet niet zelden dat een kind dat zijn ouders gehoorzaam is, uit het leven wordt weggerukt voor het volwassen is. Toch is de Heer dan niet minder trouw in het vervullen van zijn belofte, dan wanneer Hij honderd bunders land geeft aan iemand aan wie Hij er maar één beloofd had. Het komt erop neer dat ons alleen maar een lang leven beloofd wordt voor zover dat een zegen van God is. En dat het alleen maar een zegen is voor zover het een bewijs is van Gods genade. Maar aan wie Hem dienen, bewijst Hij die genade nog veel overvloediger en met nog meer zekerheid door de dood. Dan geeft Hij hun die genade daadwerkelijk.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.