Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.27 – Ook privé-personen mogen God aanroepen als rechter en als getuige

2.8.27 – Ook privé-personen mogen God aanroepen als rechter en als getuige

Voor wie een gezond oordeel heeft, is er dus geen twijfel mogelijk: de Heer keurt hier alleen de eden af die door de wet verboden waren. Zelf was Hij een levend voorbeeld van de volmaaktheid die Hij leerde. Maar ook zelf deinsde Hij er niet voor terug om te zweren, telkens als dat gezien de omstandigheden nodig was. En zijn leerlingen zijn hun leermeester ongetwijfeld in alles gehoorzaam geweest. En zij hebben ook zijn voorbeeld gevolgd. Wie zou durven beweren dat Paulus gezworen zou hebben als een eed totaal verboden was? Toch zweert hij, als dat nodig is, zonder aarzeling. Soms voegt hij er zelfs nog een vervloeking aan toe. Romeinen 1:9; 2 Korinthiërs 1:23

Maar deze kwestie is nog niet volledig behandeld. Want sommigen denken dat alleen openbare eden van dit verbod zijn uitgezonderd. Bijvoorbeeld een eed die we afleggen in opdracht en op verzoek van de overheid of de eed die vorsten altijd gebruiken als ze een verbond sluiten. Of de eed van trouw van een volk aan zijn vorst, of de eed van gehoorzaamheid die een soldaat aflegt. Ook de eden die je bij Paulus leest, ter bevestiging van het gezag van het evangelie, rekenen ze tot deze categorie. En terecht. Want de apostelen waren in hun bediening geen privé-personen, maar openbare dienaren van God.

En inderdaad, ik ontken niet dat deze eden het veiligst zijn. Want ze worden verdedigd door solide bewijzen uit de Schrift. De overheid krijgt het bevel om in een geval van twijfel een getuige de eed te laten afleggen. En de apostel zegt dat een eed de remedie is om aan onenigheid tussen mensen een eind te maken. Hebreeën 6:16 In beide gevallen biedt dit gebod een solide basis om hieraan gehoor te geven.

We kunnen zelfs opmerken dat ook de heidenen in de oudheid veel eerbied hadden voor een openbare en plechtige eed. Maar gewone eden, die ze zomaar lukraak aflegden, hadden voor hen geen of weinig waarde. Alsof ze dachten dat Gods majesteit daar niet bij betrokken was.

Maar het is veel te riskant om private eden te veroordelen als die beperkt, heilig en eerbiedig gebruikt worden in gevallen dat dat nodig is. Want ook voor zulke eden is er een basis van goede argumenten en voorbeelden. Want als privé-personen God mogen aanroepen als rechter tussen hen, 1 Samuël 24:13 dan mogen ze Hem toch zeker aanroepen als getuige. Een voorbeeld: stel dat je broeder je ervan beschuldigt dat je onbetrouwbaar bent. Natuurlijk doe je je best om jezelf vrij te pleiten, zoals je uit liefde verplicht bent. Stel dat hij op geen enkele manier tevreden is te stellen. Als door zijn koppige boosaardigheid je goede naam gevaar loopt, is er geen enkel bezwaar tegen dat je een beroep doet op het oordeel van God als rechter. Hij zal, als het daar de tijd voor is, je onschuld aan het licht brengen. Als je de woorden ‘rechter’ en ‘getuige’ tegen elkaar afweegt, stelt het aanroepen van God als getuige het minst voor. Ik zie dus niet in waarom we zouden beweren dat het in dit geval niet toegestaan zou zijn om God als getuige aan te roepen.

Er zijn hiervan heel veel voorbeelden. De eden van Abraham en Izak tegenover Abimelech zou je kunnen beschouwen als openbare eden. Genesis 21:23-24; 26:31 Maar Jacob en Laban waren toch zeker privé-personen toen ze wederzijds het verbond dat ze met elkaar sloten met een eed bezegelden. Genesis 31:53 Boaz was ook een privé-persoon toen hij zijn belofte dat hij met Ruth zou trouwen op dezelfde manier bevestigde. Ruth 3:13 Ook Obadja, een rechtvaardig man die God vreesde, was een privé-persoon, toen hij een eed gebruikte om Elia te overtuigen. 1 Koningen 18:10

Ik weet dus geen betere regel dan deze: we moeten het afleggen van een eed zo beperken, dat we niet zomaar zweren, niet lukraak, niet wanneer we daar maar zin in hebben en niet als het niet belangrijk is. We mogen alleen een eed afleggen wanneer dat echt noodzakelijk is: wanneer Gods eer gehandhaafd moet worden, of wanneer het tot opbouw is van een broeder. Dat is de bedoeling van dit gebod.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.