2.8.24 – Vals zweren mag niet

We zien dus dat de Heer wil dat we zijn naam dienen als we een eed afleggen. Daarom moeten we extra ons best doen dat we in plaats van zijn naam te dienen, die naam niet beledigen, minachten of kleineren. Het is een grote belediging als we bij zijn naam een valse eed afleggen. Daarom wordt dat in de wet een ontheiliging genoemd van zijn naam. Leviticus 19:12 Want wat blijft er voor de Heer over als we Hem beroven van de waarheid? Dan is Hij niet langer God. Vast en zeker beroof je Hem immers van de waarheid als je Hem voorstelt als iemand die de kant van de leugen kiest en die de leugen goedkeurt.

Daarom zegt Jozua, als hij Achan wil overhalen de waarheid te bekennen: ‘Mijn zoon, eerbiedig toch de Heer van Israël.’ Jozua 7:19 Blijkbaar bedoelt hij dan dat de Heer heel erg onteerd wordt als je vals bij Hem zweert. En geen wonder! Want het is niet aan ons te danken dat zijn heilige naam niet op wat voor manier ook gebrandmerkt wordt met leugens. Onder de Joden was het gebruikelijk om, als iemand werd opgeroepen een eed af te leggen, te zeggen dat hij God moest eerbiedigen. Dat blijkt omdat in het evangelie van Johannes de farizeeën een dergelijke uitdrukking gebruiken. Johannes 9:24

Andere uitdrukkingen die in de Schrift gebruikt worden, manen ons tot voorzichtigheid: ‘Zo waar de Heer leeft!’ 1 Samuël 14:39 ‘De Heer mag zo met mij doen en zelfs nog erger!’ 1 Samuël 14:44; 2 Samuël 3:9; 2 Koningen 6:31 ‘God is mijn getuige, op mijn leven!’ 2 Korinthiërs 1:23 Deze uitdrukkingen maken duidelijk dat we God niet kunnen aanroepen als getuige voor onze woorden, zonder dat we Hem ook aanroepen om ons te straffen als we meineed plegen door te liegen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.