Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.20 – Kinderen worden altijd gestraft om hun eigen zonden

2.8.20 – Kinderen worden altijd gestraft om hun eigen zonden

Laten we eerst eens bekijken of zo’n straf niet te rijmen valt met Gods rechtvaardigheid. Heel de menselijke natuur verdient het om veroordeeld te worden. Dus weten we dat voor iedereen die de Heer het niet waard keurt om deel te hebben aan de genade, de ondergang klaarligt. Toch komen ze om door hun eigen zonde en niet door een oneerlijke haat van God. Ze hebben dan ook geen reden om hun beklag te doen dat ze niet net als anderen door Gods genade geholpen en gered worden. Dus als goddelozen en misdadige mensen als straf wordt opgelegd dat hun gezin tot en met vele generaties van Gods genade beroofd wordt, wie zou dan God daarvoor kunnen aanklagen? Zijn straf is volkomen rechtvaardig!

Maar, zal men zeggen, dat is toch in tegenspraak met dat de Heer verklaart dat de zonde van een vader niet zal neerkomen op zijn zoon. Ezechiël 18:20 Kijk goed waarover het daar gaat. De Israëlieten werden lange tijd continu geteisterd door vele rampen. Toen gingen ze dit spreekwoord gebruiken: ‘De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en nu zijn de tanden van hun kinderen stomp geworden.’ Ezechiël 18:2 Daarmee bedoelden ze dat zij de straf moesten dragen voor de zonden die hun ouders gedaan hadden. Terwijl ze zelf verder rechtvaardig en onschuldig waren. Dus vonden ze God onverzoenlijk woedend in plaats van beheerst streng. Hun verkondigt de profeet Ezechiël dat het zo niet in elkaar zit. Ze worden gestraft om hun eigen zonden. Want het klopt niet met Gods rechtvaardigheid als een rechtvaardige zoon lijdt onder een straf voor de slechtheid van zijn misdadige vader.

Maar zo staat het ook niet in de sanctie bij dit gebod. Want het verhalen waar het hier over gaat, wordt vervuld doordat de Heer de familie van de goddelozen zijn genade, het licht van zijn waarheid en de overige hulpmiddelen om gered te worden afneemt. De vloek die de kinderen dragen om de zonden van hun voorvaders houdt dan juist in dat ze, verblind en door God verlaten, in de voetsporen van hun vaders treden. Door Gods rechtvaardig oordeel is dan hun straf dat ze onderworpen worden aan tijdelijke ellende en uiteindelijk aan de eeuwige ondergang. Niet vanwege de zonden van een ander, maar vanwege hun eigen onrechtvaardigheid.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.