Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.8 – De Tien Geboden 2.8.18 – De waarschuwing bij het tweede gebod

2.8.18 – De waarschuwing bij het tweede gebod

De sanctie die eraan toegevoegd wordt, moet ruim voldoende zijn om onze laksheid te verdrijven. God dreigt: Exodus 20:5-6

Ik, Jehova, jouw God, ben een God* die jaloers is. De zonde van de vaders verhaal ik op de kinderen, op de derde en vierde generatie van hen die mijn naam haten. Maar Ik bewijs barmhartigheid aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden bewaren.

* of ‘Sterke’, want deze naam van God is afgeleid van ‘sterkte’.

Dit betekent hetzelfde als wanneer God had gezegd dat Hij de enige is op wie wij moeten vertrouwen. Om ons daartoe te brengen, verkondigt Hij dat Hij machtig is en het niet accepteert als zijn macht geminacht of gekleineerd wordt. Hier wordt het woord El gebruikt. Dat betekent ‘God’. Maar het is afgeleid van ‘sterkte’. Daarom heb ik niet geaarzeld om dit ook aan te geven of in de tekst in te voegen, zodat de betekenis beter uitkomt.

In de tweede plaats noemt God zich jaloers. Hij accepteert geen concurrentie.

In de derde plaats verzekert Hij dat Hij zijn majesteit en glorie zal beschermen als je die van Hem afneemt en aan schepselen of beelden geeft. En die bescherming is niet kort of eenmalig, maar reikt tot de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, als die de goddeloosheid van hun vaders imiteren. En zo blijft Hij ook tot in het verre nageslacht barmhartig en welwillend tegenover wie Hem liefhebben en zijn wet bewaren.

Het is voor God heel gebruikelijk om zich tegenover ons op te stellen als een man tegenover zijn vrouw. Want de band die Hij met ons aangaat, als Hij ons in de schoot van de kerk opneemt, is net als een heilig huwelijk. Die band moet gebaseerd zijn op wederzijdse trouw. Zelf vervult Hij alle plichten van een trouwe en eerlijke echtgenoot. En andersom eist Hij van ons liefde en huwelijkskuisheid. Dat wil zeggen: we mogen ons niet voor ontucht ter beschikking stellen aan Satan, aan wellust of aan schandelijke begeerten van het vlees.

Als God de Joden berispt om hun verraad, klaagt Hij daarom dat ze elk gevoel van schaamte van zich afgeworpen hebben en bezoedeld zijn door overspel. Jeremia 3; Hosea 2:4 (2:7) Als een man ziet dat het hart van zijn vrouw neigt naar een rivaal, zal hij extra boos woorden naarmate hij zelf heiliger en kuiser is. God heeft zich met ons verloofd op basis van trouw. Hosea 2:18-19 (2:21-22) Daarom verklaart God dat Hij heel jaloers wordt als wij de reinheid van zijn heilig huwelijk verwaarlozen en ons besmeuren met misdadige wellust. En Hij is het meest jaloers als we de dienst aan zijn majesteit op een ander richten of besmeuren met een vorm van bijgeloof. Aan die dienst mogen we niets afdoen. Want dan breken we niet alleen de trouwbelofte. We bezoedelen ook het huwelijksbed met overspel.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.