2.8.14 – God en zijn volk

0
82

Eerst laat God dus zien dat Hij degene is die het recht heeft om te gebieden en die je verplicht bent te gehoorzamen. Maar om te voorkomen dat het lijkt alsof Hij ons alleen trekt omdat we wel moeten, verleidt Hij ons vervolgens ook met lieflijkheid. Want Hij verklaart dat Hij de God van de kerk is. Deze uitspraak houdt een wederzijdse relatie in. Die relatie wordt genoemd in deze belofte: ‘Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.’1 En Christus bewijst de onsterfelijkheid van Abraham, Isaak en Jacob op basis van de verklaring van de Heer dat Hij hun God is.2 Daarom is het net alsof God zei: ‘Ik heb jullie uitgekozen als mijn volk, om jullie niet alleen in het aardse leven goed te doen, maar om jullie ook het geluk van het toekomstige leven te geven.’

En verschillende keren wordt in de wet verteld wat daarmee bedoeld wordt. Want als de Heer zo barmhartig is dat Hij ons waardig keurt om in de gemeenschap van zijn volk te worden opgenomen, dan kiest Hij ons uit – zegt Mozes – om zijn eigen volk te zijn. Een heilig volk, een volk dat zich aan zijn geboden houdt.3 Vandaar de vermaning: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’4 Op deze twee uitspraken is de indringende vraag gebaseerd van de profeet Maleachi: ‘Een zoon eert zijn vader en een slaaf eert zijn heer. Als Ik jullie heer ben, waar is dan jullie vrees voor Mij? Als Ik jullie vader ben, waar is dan jullie liefde voor Mij?’5

1Jeremia 31:33

2Mattheüs 22:32

3Deuteronomium 7:6; Deuteronomium 14:2; Deuteronomium 26:18-19

4Leviticus 19:2

5Maleachi 1:6

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in