2.8.13 – De inleiding op de tien geboden

0
144

Ik ben JHWH, jouw God, die jou uit Egypte, uit het slavenhuis heb weggeleid. Je mag voor mijn aangezicht geen andere goden hebben.1

Of je de eerste zin als een onderdeel van het eerste gebod beschouwt, of dat je hem apart leest, maakt mij niet uit. Als je maar niet ontkent dat deze zin een soort inleiding vormt op de hele wet.

Als je wetten opstelt, moet je er om te beginnen voor zorgen dat ze niet uit minachting snel weer worden afgeschaft. Dus zorgt God er in de allereerste plaats voor dat de verhevenheid van de wet niet op een gegeven moment veracht kan worden. Om dat zeker te stellen, gebruikt Hij drie argumenten. Hij eist voor zich de macht en het recht op om te regeren. Daardoor verplicht Hij het uitverkoren volk tot gehoorzaamheid. Hij houdt het volk de belofte van de genade voor. Door de aantrekkelijkheid van die belofte verleidt Hij het volk heiligheid na te streven. En Hij brengt het volk in herinnering wat Hij voor hen gedaan heeft. Daardoor beschuldigt Hij de joden van ondankbaarheid als ze zijn goedheid niet beantwoorden.

De naam JHWH duidt de macht en het wettige gezag aan. Als alles van Hem komt en alles in Hem bestaat, dan hoort alles zich op Hem te richten, zoals Paulus zegt.2 Door dat ene woord worden wij dus meer dan voldoende onder het juk van Gods majesteit gebracht. Want het zou onnatuurlijk zijn als we ons zouden willen onttrekken aan het gezag van Hem zonder wie wij niet kunnen bestaan.

1Exodus 20:2-3

2Romeinen 11:36

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in