2.8.12 – De indeling in tien geboden

Maar ook al kan de hele wet in twee kernpunten worden samengevat, toch heeft onze God alles uitgebreider en duidelijker willen beschrijven. Want Hij wil elk voorwendsel van excuus wegnemen. Daarom heeft Hij door tien geboden zowel alles beschreven wat betrekking heeft op het eren, vrezen en liefhebben van Hem, als alles wat de liefde betreft die we volgens zijn bevel, omwille van Hem, moeten koesteren tegenover de mensen.

Het is ook niet verkeerd als je probeert te achterhalen hoe de geboden precies zijn onderverdeeld. Als je maar bedenkt dat dit een onderwerp is waarover ieder zijn eigen mening mag hebben. Je moet hier niet over gaan discussiëren of debatteren met iemand die er anders over denkt. Toch is het nodig dat ik het punt van de indeling noem, om te voorkomen dat de lezers om mijn indeling lachen of zich daarover verwonderen, alsof mijn indeling nieuw en zelfbedacht zou zijn.

Het staat buiten kijf dat de wet is onderverdeeld in tien geboden. Op gezag van God wordt dat meer dan eens verzekerd. Daarom bestaat er geen onduidelijkheid over het aantal, maar alleen over de manier van indelen. Er zijn mensen die drie geboden toekennen aan de eerste tafel en de andere zeven overlaten voor de tweede tafel. Zij schrappen het gebod over de beelden uit het aantal. Of in elk geval verstoppen ze het onder het eerste gebod. Maar ongetwijfeld heeft God dat bedoeld als een apart gebod. Het tiende gebod echter – over het niet begeren van het bezit van je naaste – knippen ze dom in tweeën. Daar komt bij dat een dergelijke indeling onbekend was in een meer zuivere tijd, zoals we zo meteen zullen zien.

Anderen tellen net als ik vier geboden op de eerste tafel. Maar in plaats van het eerste gebod, nemen zij een belofte zonder gebod. Echter, zolang niemand mij met duidelijke argumenten weet te overtuigen, neem ik de tien woorden van Mozes als tien geboden. En het komt mij voor dat ik er ook zoveel op een mooie manier gerangschikt zie. Dus mogen zij hun eigen mening houden en volg ik wat mij beter lijkt: wat volgens hen het eerste gebod is, is volgens mij een inleiding op de hele wet. Dan volgen er vier geboden op de eerste tafel en zes geboden op de tweede tafel, in de volgorde waarop ik ze ga opnoemen.

Origenes leert deze indeling als de indeling die in zijn tijd algemeen geaccepteerd was.1 En niemand verzette zich daartegen. Dit wordt gesteund door Augustinus. Als hij schrijft aan Bonifacius, volgt hij in zijn opsomming deze volgorde: je moet de enige God dienen in een godsdienstige gehoorzaamheid, je mag geen afgod dienen en je mag de naam van de Heer niet misbruiken. Daarvóór had hij het al gehad over het sabbatsgebod als schaduw. Ergens anders lijkt de eerste indeling hem wel aantrekkelijk, maar om een reden die er te weinig toe doet: als de eerste tafel uit drie geboden bestaat, schittert in het getal drie het mysterie van de drie-eenheid. Maar ook daar verzwijgt hij niet dat mijn indeling hem beter bevalt.2

Behalve Origenes en Augustinus staat ook de schrijver van het onvoltooide commentaar op Mattheüs aan mijn kant. Flavius Josephus kent aan elke tafel vijf geboden toe. Ongetwijfeld volgens de publieke opinie van zijn tijd. Maar dat is niet alleen in strijd met het gezond verstand, omdat dan het onderscheid wegvalt tussen de godsdienst en de naastenliefde. Het wordt ook weerlegt door het gezag van de Heer die in Mattheüs het gebod om je ouders te eren in de lijst van de tweede tafel plaatst. Mattheüs 19:19

Laten we nu luisteren naar hoe God zelf spreekt in zijn eigen woorden.

1Origenes van Alexandrië, Sermones in Exodus, 8,3.

2Pseudo-Augustinus, Quaestiones in Veteris et Novi Testamenti II, 7; Augustinus, Quaestiones in heptateuchum II, 71.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.