Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.7 – Christus in de wet 2.7.3 – Wij kunnen ons niet aan de morele wet houden

2.7.3 – Wij kunnen ons niet aan de morele wet houden

Het is goed om nu kort stil te staan bij de vraag hoe het onderwijs in de morele wet maakt dat we minder te verontschuldigen zijn, zodat onze schuld ons ertoe aanzet vergeving te zoeken.

In de wet wordt ons de volmaakte rechtvaardigheid geleerd. Als dat waar is, betekent dat ook dat je, als je je volledig aan deze wet houdt, volmaakt rechtvaardig bent in de ogen van God. Voor de hemelse rechterstoel wordt je dan als rechtvaardig beschouwd en behandeld. Nadat Mozes de wet heeft afgekondigd, aarzelt hij daarom niet om hemel en aarde als getuigen te nemen dat hij Israël leven en dood, en goed en kwaad gepresenteerd heeft. Deuteronomium 30:19 Je mag dan ook niet ontkennen dat volledige gehoorzaamheid aan de wet beloond wordt met eeuwig leven. Zo heeft de Heer het beloofd.

Maar aan de andere kant is het goed om ons af te vragen of wij die gehoorzaamheid wel laten zien. Mogen wij op grond van onze gehoorzaamheid er wel op vertrouwen dat wij zo beloond worden? Want wat heb je eraan als je weet dat het houden van de wet beloond wordt met eeuwig leven, als niet tegelijk ook vaststaat dat wij langs die weg het eeuwige leven kunnen bereiken?

Echter, op dit punt blijkt de zwakte van de wet. Want je vindt onder ons niemand die zich aan de wet houdt. En dus zijn wij uitgesloten van het beloofde eeuwige leven. Voor ons blijft alleen de vloek over. Ik zeg niet slechts dat het zo gaat. Het kán niet anders of het gaat zo. Want wat de wet ons leert, gaat het menselijk kunnen ver te boven. Daarom kan de mens de beloften die aan de wet vastzitten wel van uit de verte zien. Maar het levert hem helemaal niets op.

Er zit voor de mens dus niets anders op dan op grond van die beloften een nog betere inschatting maken van zijn eigen ellende. De hoop op eeuwig leven is voor hem afgesneden. Het is echt waar dat hem de dood boven het hoofd hangt. En tegenover de beloften staat de dreiging van afschuwelijke straffen. Niet slechts enkelen van ons, maar wij allemaal zitten daarin verstrikt en geboeid. Onverbiddelijk streng, zeg ik, bedreigen en achtervolgen zij ons. Daardoor kijken we in de wet de dood in de ogen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.