Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.6 – Verlossing in Christus 2.6.4 – We kunnen God niet kennen zonder dat we Christus kennen

2.6.4 – We kunnen God niet kennen zonder dat we Christus kennen

God heeft gewild dat de Joden uit deze voorzeggingen zouden leren dat ze om verlossing te vinden, hun ogen rechtstreeks op Christus moesten richten. Al waren ze schandelijk ontaard, toch kon de herinnering aan dat algemene principe niet uitgewist worden: God zou de kerk verlossen door de hand van Christus. Zo was het aan David beloofd. Alleen op die manier zou het genadeverbond, waardoor God zijn uitverkorenen had geadopteerd als zijn kinderen, effectief worden.

Zo kwam het dat, toen Christus kort voor zijn dood Jeruzalem binnentrok, dit lied klonk uit de mond van de kinderen: ‘Hosanna, de zoon van David!’ Mattheüs 21:9 Blijkbaar was wat zij zongen wijd en zijd bekend en ontleend aan een algemeen besef dat de komst van de verlosser voor hen de enige waarborg was van Gods barmhartigheid.

Daarom beveelt Christus zelf zijn leerlingen om in Hem te geloven. Want dan zouden ze een nauwkeurig en volledig geloof in God hebben. ‘Jullie geloven in God, geloof ook in Mij,’ zegt Hij. Johannes 14:1 Eigenlijk moet je wel zeggen dat geloof van Christus opklimt naar de Vader. Maar toch geeft Christus aan dat geloof langzaamaan vervluchtigt – ook al is het een geloof in God – als Hijzelf niet als middelaar tussenbeide komt. Want Hij bewaart het geloof in onwankelbare kracht. Bovendien is Gods majesteit ook te hoog voor stervelingen die als wormpjes over de aarde kruipen. Zij kunnen zover niet doordringen.

Daarom stem ik wel in met de algemeen geaccepteerde uitspraak dat God het object van geloof is. Maar dan zo dat daar wel een correctie op nodig is. Want niet voor niets wordt Christus het beeld genoemd van de onzichtbare God. Kolossenzen 1:15 Die aanduiding waarschuwt ons dat we God niet zo kunnen kennen dat wij gered worden, als Hij zich niet aan ons laat zien in Christus.

Bij de Joden hadden de schriftgeleerden met valse verzinsels verduisterd wat de profeten over de verlosser hadden geleerd. Maar toch veronderstelde Christus het als algemeen bekend en geaccepteerd dat onze verlorenheid alleen hersteld en de kerk alleen verlost kon worden door het optreden van de middelaar. Alleen was te weinig bekend wat Paulus leert: Christus is het einddoel van de wet. Romeinen 10:4 Maar hoe waar en zeker dat is, blijkt duidelijk uit de wet zelf en uit de profeten.

Ik heb het nog niet over geloof, want dat past verderop beter. Mijn lezers moeten alleen dit onthouden: de eerste stap naar vroomheid is dat je erkent dat God een Vader voor ons is. Hij beschermt ons, leidt ons en koestert ons, totdat Hij ons verzamelt in de eeuwige erfenis van zijn koninkrijk. Hieruit blijkt wat ik hiervóór gezegd heb: zonder Christus bestaat er geen kennis van God waardoor je gered kunt worden. Daarom is Christus vanaf het begin van de wereld aan alle uitverkorenen gepresenteerd. Naar Hem moesten ze kijken en op Hem moesten ze hun vertrouwen stellen.

Dit bedoelt Ireneüs als hij schrijft dat de Vader grenzeloos is, maar dat Hij in de Zoon begrensd is. Want Hij heeft zich aan onze maat aangepast. Anders zou ons verstand overweldigd worden door zijn grenzeloze glorie. Er zijn fanatici die niet beseffen wat Ireneüs bedoelt en deze nuttige uitspraak verdraaien tot een goddeloos verzinsel. Alsof Christus slechts een stukje van Gods wezen had, dat uit het hele wezen in Hem was overgestroomd. Maar Ireneüs bedoelt juist dat je God alleen kunt begrijpen in Christus.

Deze uitspraak van Johannes is altijd helemaal waar geweest: ‘Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.’ 1 Johannes 2:23 In het verleden zijn er velen geweest die pochten dat ze de hoogste goddelijke majesteit dienden, de schepper van hemel en aarde. Maar ze hadden de middelaar niet. Daarom konden ze onmogelijk Gods barmhartigheid werkelijk proeven en er zo van overtuigd zijn dat Hij hun Vader was. Ze kenden het hoofd, Christus, niet. Daarom was hun kennis van God zonder betekenis. En zo kwam het dat ze uiteindelijk vervielen tot allerlei grof en schandelijk bijgeloof en zo verrieden dat ze onwetend waren. Net als tegenwoordig de moslims. Ze roepen zo hard ze kunnen dat de schepper van hemel en aarde hun God is. Maar ze stellen een afgod in plaats van de echte God, want ze verafschuwen Christus.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.