Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.4 – Vermaningen zijn niet nutteloos, ook al kunnen we uit onszelf niet gehoorzamen

2.5.4 – Vermaningen zijn niet nutteloos, ook al kunnen we uit onszelf niet gehoorzamen

Bovendien houden mijn tegenstanders vol dat als een zondaar niet in staat is om te gehoorzamen, het geen zin heeft om hem daartoe aan te sporen. Dan is het overbodig om hem te vermanen en is belachelijk om hem zijn ongehoorzaamheid te verwijten.

In het verleden kreeg Augustinus met dezelfde bezwaren te maken. Hij vond het toen nodig om zijn boekje Over berisping en genade te schrijven. Daarin weerlegt hij deze bezwaren uitvoerig. Maar hij vat zijn oproep aan zijn tegenstanders om tot inkeer te komen zo samen: ‘O mens, leer uit het gebod wat je verplicht bent te doen. Leer uit de straf dat je door je bederf niet aan je verplichtingen voldoet. Leer uit het gebed hoe je toch kunt krijgen wat je hebben wilt.’1

Zijn boek Over de Geest en de letter gaat over ongeveer hetzelfde onderwerp. Daarin leert hij dat God zijn geboden niet aanpast aan waar de mens toe in staat is. Hij gebiedt wat juist is. En vervolgens geeft Hij zijn uitverkorenen gratis het vermogen om die geboden te vervullen.2

Ook dit bezwaar hoeft niet uitgebreid behandeld te worden. Om te beginnen sta ik in deze kwestie niet alleen. Christus en de apostelen staan aan mijn kant. Mijn tegenstanders moeten dus maar zien hoe ze de overwinning willen behalen als ze met hen de strijd aangaan. Christus verklaart dat we zonder Hem niets kunnen. Johannes 15:5 Is dat voor Christus reden om de mensen die zonder Hem kwaad deden minder te berispen of te bestraffen? Is dat voor Hem reden om minder te waarschuwen dat iedereen zijn best moet doen om het goede te doen?

Wat haalt Paulus fel uit naar de Korinthiërs omdat ze de liefde verwaarlozen! Toch bidt hij of de Heer hun liefde wil geven. In de brief aan de Romeinen verklaart hij dat het er niet van afhangt of iemand wil of zijn best doet, maar of God zich ontfermt. Romeinen 9:16 Toch houdt hij vervolgens niet op hen te vermanen, aan te sporen en te corrigeren.

Waarom dringen mijn tegenstanders er bij de Heer niet op aan dat Hij geen vergeefse moeite moet doen door van mensen iets te eisen dat Hij alleen zelf kan geven? Of door mensen te straffen om iets waar ze toe aangezet worden omdat ze zijn genade missen? Waarom vermanen ze Paulus niet dat hij mensen met rust moet laten zolang God zich nog niet over hen ontfermt heeft, omdat ze niet kunnen willen of hun best doen als God zich niet eerst over hen ontfermt. Alsof Gods eigen onderwijs, dat duidelijk genoeg is voor wie maar wat ijveriger zoeken, niet zou kloppen!

Onderwijs, vermaning en berisping zijn op zichzelf echt niet in staat om het hart te veranderen. Paulus laat dat zien als hij schrijft dat wie plant of water geeft niets voorstelt. De Heer geeft de groei en alleen dat werk is effectief. 1 Korinthiërs 3:7 Daarom zien we wat voor strenge sancties Mozes afkondigt bij de geboden van de wet Deuteronomium 28 en hoe vurig de profeten aan die geboden blijven vasthouden en overtreders de wacht aanzeggen. Terwijl ze tegelijk erkennen dat mensen pas wijs zijn als ze een hart krijgen dat het kan begrijpen. Dat het Gods eigen werk is om het hart te besnijden Deuteronomium 10:16; Jeremia 4:4 en om in plaats van een stenen hart een hart van vlees te geven. Ezechiël 11:19 Dat God zelf zijn wet in hun hart moet schrijven. Jeremia 31:33 Kortom, dat God de leer pas effectief maakt als Hij zelf de ziel vernieuwt. Ezechiël 36:26

1Augustinus, De correptione et gratia, 3,5.

2Augustinus, De Spiritu et littera.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.