Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.15 – Onze goede daden zijn van ons omdat ze niet buiten onze wil omgaan

2.5.15 – Onze goede daden zijn van ons omdat ze niet buiten onze wil omgaan

Hieruit blijkt dat Gods genade – zoals dat woord gebruikt wordt als het gaat over het opnieuw geboren worden – voor de Geest een norm is om de wil van de mens te dirigeren en te leiden. De Geest kan de wil van een mens niet leiden zonder hem te corrigeren, te hervormen of te vernieuwen. Daarom zeggen we dat de nieuwe geboorte begint met het uitwissen van wat we uit onszelf hebben. Bovendien kan de Geest de wil van een mens niet leiden zonder de wil in beweging te brengen, te drijven, aan te sporen, te dragen en te onderhouden. Daarom heb ik gelijk als ik zeg dat alle daden die daaruit voortkomen volledig van de Geest zijn.

Ondertussen ontken ik niet dat wat Augustinus leert, ook helemaal juist is: de wil wordt door de genade niet vernietigd, maar juist hersteld. Want deze twee uitspraken zijn volledig met elkaar in overeenstemming. Om te beginnen wordt er gezegd dat de wil van de mens vernieuwd wordt. Het bederf en de slechtheid wordt gecorrigeerd en hij wordt gericht volgens de norm van rechtvaardigheid. En tegelijk wordt er ook gezegd dat er een nieuwe wil geschapen wordt in de mens. Want hij is zo bedorven en misvormd dat hij een totaal nieuwe natuur nodig heeft om aan te trekken.

Er is dus geen enkele belemmering om te zeggen dat wij zelf doen wat Gods Geest in ons doet. Zelfs al is er in onze wil niets dat losgemaakt kan worden van Gods genade. Daarom moeten we in gedachten houden wat ik ergens anders van Augustinus aangehaald heb: sommigen doen hun best om in de wil van de mens iets goeds te vinden dat van henzelf is. Maar dat is tevergeefs. Want telkens als mensen de vrije wil proberen te vermengen met Gods genade, bederven ze die genade alleen maar. Het is alsof je wijn vermengt met een vieze, bittere drab van water.

Al het goede in onze wil komt dus alleen maar voort uit wat de Geest ons ingeeft. Maar omdat het ons van nature aangeboren is dat we een wil hebben, is het toch niet verkeerd om te zeggen dat we zelf de dingen doen waarvoor God terecht de eer opeist. In de eerste plaats omdat alles wat Hij uit vrijgevigheid in ons doet van ons is. Als we maar begrijpen dat het niet van onszelf afkomstig is. En in de tweede plaats omdat ons verstand, onze wil en onze ijver door Hem erop gericht worden dat we het goede gaan doen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.