Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.13 – Als God afwacht wat mensen doen, is dat geen bewijs voor een vrije wil

2.5.13 – Als God afwacht wat mensen doen, is dat geen bewijs voor een vrije wil

Mijn tegenstanders voeren ook steeds andere passages tegen mij aan, waaruit blijkt dat God soms de hulp van zijn genade terugtrekt om mensen te testen en om af te wachten naar welke kant ze neigen. Bijvoorbeeld bij Hosea: ‘Ik zal naar mijn woonplaats gaan, totdat zij het ter harte nemen en Mij zoeken.’ Hosea 5:15 Het zou belachelijk zijn, zeggen mijn tegenstanders, als de Heer zou kijken of Israël Hem zou zoeken, als zij hun hart niet konden buigen en niet uit eigen beweging naar beide kanten konden richten. Alsof het bij de profeten niet vaak voorkomt dat God net doet alsof Hij zijn volk negeert en verwerpt, totdat ze hun leven gebeterd hebben.

Maar wat willen mijn tegenstanders eigenlijk uit zulke dreigementen afleiden? Willen ze soms beweren dat een volk dat door God verlaten is, uit zichzelf kan gaan nadenken over bekering? Dan getuigt heel de Schrift tegen hen! Maar als ze erkennen dat Gods genade onmisbaar is voor bekering, waarom gaan ze dan met ons in discussie?

Maar zij geven toe dat genade onmisbaar is, maar dan zo dat er toch nog iets overblijft voor de mens om zelf te kunnen. Hoe willen ze dat bewijzen? In elk geval niet uit deze passage, of uit andere zulke passages. Want dat God de mens verlaat en kijkt wat hij doet als hij aan zichzelf overgelaten wordt – dat is iets heel anders dan hem te hulp komen in zijn zwakheid, voor zover dat nodig is.

Wat, zal iemand zeggen, wordt er dan met deze uitspraken bedoeld? Mijn antwoord is dat ze dezelfde betekenis hebben als wanneer God zou zeggen: ‘Dit koppige volk leert niets van vermaningen, aansporingen en berispingen. Daarom zal Ik Me voor korte tijd terugtrekken. Ik zal stilzwijgend toelaten dat ze in het nauw gebracht worden. Ik zal kijken of ze na langdurige rampen zich Mij eindelijk eens herinneren en Mij zoeken.’ Dat de Heer ver weggaat, wil zeggen dat Hij zijn profeten weghaalt. Dat Hij kijkt wat de mensen zullen doen, wil zeggen dat Hij hen een tijdlang door allerlei tegenslagen in het nauw brengt, terwijl Hij zwijgt en doet alsof Hij het niet merkt. Die twee dingen doet Hij om ons extra nederig te maken. Want de gesel van tegenslag zou ons eerder terneerslaan dan corrigeren als God ons er door zijn Geest niet toe bracht ervan te willen leren.

Verder is het onterecht om hieruit te concluderen dat er een vrije wil is die zelf iets kan en dat God daar naar kijkt en die onderzoekt. Als onze onbuigzame koppigheid Hem ergert en Hij het als het ware zat is, laat Hij ons een tijdlang in de steek. Dan neemt Hij zijn Woord van ons af, want daarin laat Hij normaal in zekere zin zijn aanwezigheid zien. Maar zijn enige bedoeling daarmee is dat Hij ons ertoe wil brengen dat we leren inzien dat we zelf niets voorstellen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.