Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.11 – Het is terecht dat God mensen hun slechte daden verwijt

2.5.11 – Het is terecht dat God mensen hun slechte daden verwijt

Ook de derde categorie argumenten is nauw verwant aan de vorige twee. Want mijn tegenstanders komen aanzetten met passages waarin God het ondankbare volk verwijt dat het hun eigen schuld is dat ze niet al die goede dingen gekregen hebben die Hij hun zo royaal wilde schenken. Bijvoorbeeld deze passages: ‘De Amalekieten en de Kanaänieten staan tegenover jullie en jullie zullen door het zwaard vallen. Want jullie hebben niet naar de HEER geluisterd.’ Numeri 14:43 ‘Omdat ik jullie geroepen heb, maar jullie niet geantwoord hebben, zal ik met dit huis doen zoals ik met Silo gedaan heb.’ Jeremia 7:13-14 En: ‘Dit volk heeft niet geluisterd naar de stem van de HEER en heeft zijn tucht niet geaccepteerd. Daarom is dit volk door de HEER verworpen.’ Jeremia 7:28 En: ‘Omdat jullie je hart verhard hebben en de HEER niet wilden gehoorzamen, is jullie al dit onheil overkomen.’ Jeremia 19:15; 32:23

‘Hoe,’ zeggen mijn tegenstanders, ‘kunnen zulke verwijten terecht zijn? Mensen zouden direct kunnen antwoorden: “Onze voorspoed ging ons wel degelijk aan het hart. We waren bang voor tegenspoed. We wilden graag het eerste krijgen en het tweede vermijden. Dat we de Heer toch niet gehoorzaamd hebben en niet naar zijn stem geluisterd hebben, komt omdat de zonde over ons heerste. We hadden er de vrijheid niet voor. Het is dus onterecht dat God ons die rampen verwijt. Want wij waren niet in staat ze te voorkomen.”’

Dat mijn tegenstanders de onvermijdelijkheid als excuus gebruiken, laat ik rusten. Dat is een zwakke en onbeduidende verdediging. Maar mijn vraag is: kunnen ze soms ontkennen dat ze schuldig zijn? Want als ze ervan overtuigd zijn dat ze ook maar een beetje schuld hebben, dan verwijt de Heer hun dus terecht dat ze de vruchten van zijn welwillendheid niet proeven, omdat ze verkeerde dingen doen. Mijn tegenstanders moeten maar eens antwoord geven op de vraag of ze kunnen ontkennen dat hun eigen slechte wil de oorzaak is van hun koppigheid. Als ze de bron van het kwaad in zichzelf vinden, waarom doen ze dan zo hun best om oorzaken te vinden die buiten henzelf liggen? Waarom willen ze er niet voor uitkomen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun ondergang?

Als zondaren van Gods zegeningen beroofd worden en door Hem worden gestraft, is dat hun eigen schuld en van niemand anders. Als dat waar is, is er een goede reden waarom ze deze verwijten uit Gods mond moeten horen. Want als ze koppig volhouden met zondigen, moeten ze leren om bij rampen de schuld te geven aan hun eigen slechtheid. Daar moeten ze een afschuw van krijgen. Want als ze nog bereid zijn om te leren, krijgen ze hopelijk een hekel aan de zonden die de schuld zijn van hun ellende en verlorenheid. Hopelijk keren ze dan terug op het rechte pad en belijden ze oprecht de zonden waar de Heer hen voor vermaant door hen te straffen.

De verwijten die mijn tegenstanders aanhalen van de profeten, hebben bij de vromen dit effect gehad. Dat blijkt uit het ernstige gebed van Daniël, dat je vindt in Daniël 9. En van de eerste functie van dit soort verwijten zien we een voorbeeld in de Joden. Jeremia vertelt hun op bevel van God wat de oorzaak is van al hun ellende. Toch loopt het niet anders af dan de Heer voorzegd had: ‘Je moet al deze woorden tegen hen zeggen, maar ze zullen niet naar je luisteren. Je moet wel tegen hen roepen, maar ze zullen je niet antwoorden.’ Jeremia 7:27 Waarom moest hij dan tegen doven spreken? Omdat ze met tegenzin moesten begrijpen dat wat ze hoorden waar was: het was een goddeloze heiligschennis als ze God de schuld gaven van hun rampen. Het was hun eigen schuld.

Ik heb nu enkele argumenten van mijn tegenstanders weerlegd. Je kunt je heel gemakkelijk bevrijden van die enorme massa Schriftbewijzen die de vijanden van Gods genade steeds ophopen, om zo een afgodsbeeld op te richten voor de vrije wil. Ze halen die bewijzen zowel uit de geboden als uit de indringende woorden tegen wie de wet overtreden.

Tot hun schande wordt er in Psalm 78 over de Joden gezegd: ‘Een bedorven geslacht dat zijn hart niet richtte.’ Psalm 78:8 Ook in Psalm 95 waarschuwt de profeet zijn tijdgenoten dat ze hun hart niet moeten verharden. Als mensen koppig zijn, is dat dus volledig te wijten aan hun eigen slechtheid. Maar het is dom om daaruit af te leiden dat het hart beide kanten op kan gaan. God moet het hart eerst voorbereiden. De profeet zegt in Psalm 119: ‘Ik heb mijn hart erop gericht om me aan uw geboden te houden.’ Psalm 119:112 Hij bedoelt dat hij zich graag en met blijdschap aan God heeft overgegeven. Toch beroemt hij zich er niet op dat hij daar zelf verantwoordelijk voor is. In de dezelfde psalm erkent hij dat het een geschenk van God is. Psalm 119:36

Daarom moeten we vasthouden aan de aansporing van Paulus. Hij beveelt de gelovigen om met vrees en beven aan hun redding te werken, omdat God zowel maakt dat zij willen als dat zij doen.’ Filippenzen 2:12-13 Hij geeft hun wel de taak om te werken. Ze mogen niet toegeven aan de laksheid van hun vlees. Maar hij beveelt hun ook om bang en bezorgd te zijn. Hij wil dat ze nederig zijn, want ze moeten bedenken dat juist het werk dat hun wordt opgedragen, Gods eigen werk is. En daarmee geeft hij duidelijk aan dat de gelovigen, zeg maar, passief werken. Want het vermogen om dat werk te doen wordt hun uit de hemel gegeven. Ze mogen zichzelf dus helemaal niets aanmatigen.

Petrus spoort ons aan om goede eigenschappen toe te voegen aan ons geloof. 2 Petrus 1:5 Dan geeft hij ons niet de ruimte om zelf een tweede rol te vervullen, alsof we zelfs iets kunnen doen. Hij schudt ons alleen wakker uit de laksheid van ons vlees. Heel vaak wordt het geloof zelf door die laksheid verstikt.

Paulus bedoelt hetzelfde met de woorden: ‘Blus de Geest niet uit.’ Thessalonicenzen 5:19 Want gelovigen worden nu en dan overvallen door laksheid, als dat niet gecorrigeerd wordt. Maar niemand moet daaruit opmaken dat ze er zelf voor kunnen kiezen om het aangeboden licht te verwelkomen. Zulke onwetendheid is gemakkelijk te weerleggen. Want Paulus eist juist een ijver die alleen van God komt. 2 Korinthiërs 7:1 Want we krijgen ook vaak het bevel om ons te reinigen van alle smerigheid, terwijl de Geest het werk van de heiliging alleen voor zichzelf opeist.

Ten slotte blijkt uit de woorden van Johannes dat wat God toebehoort aan ons wordt afgestaan: ‘Ieder die in God is, beschermt zichzelf.’ 1 Johannes 5:18 De herauten van de vrije wil trekken deze uitspraak naar zich toe, alsof we gedeeltelijk door Gods kracht en gedeeltelijk uit eigen kracht beschermd zouden worden. Alsof we deze bescherming, waar de apostel het over heeft, niet uit de hemel gekregen zouden hebben! En we weten dat vromen in hun strijd tegen Satan alleen met Gods wapens de overwinning behalen.

Petrus beveelt dat we onze ziel moeten reinigen in gehoorzaamheid aan de waarheid. Daar voegt hij onmiddellijk deze correctie aan toe: ‘Door de Geest.’ 1 Petrus 1:22

Kortom, geen enkele menselijke kracht stelt in de geestelijk strijd iets voor. Johannes maakt dat kort en bondig duidelijk. Hij leert dat wie uit God geboren zijn, niet kunnen zondigen. Want Gods zaad blijft in hen. 1 Johannes 3:9 Ergens anders geeft hij aan hoe dat komt: ons geloof overwint de wereld. 1 Johannes 5:4

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.